is toegevoegd aan je favorieten.

Andwoord aan "een jurist" op zijn open brief over een pleidooi van Tyrus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vaderlands eene Revolutie; niet woest (tenzij in enkele afzonderlijke uitingen), niet onedel (tenzij bij sommigen die in troebel water willen visschen): maar eene geestelijke en welgewettigde terugwerking der volkskracht, des volkslevens, tegen den overmoed en de zorgeloosheid van hen die zich de grooten achten en die den troon van enkele vorsten omstuwen. Ook in het kerkelijk leven onzer dagen is veel van hoogerhand begunstigde Industrie , waardoor te midden der ellende een kunstmatige schijn van welvaart gehandhaafd wordt. En de adel, de godgeleerden, verzuimen bij de bedwelming der wetenschappelijke hofhoudingen en coteriën, op te merken hoe de eigenlijke bodem waaruit zij hunne levenskracht trekken, het volk, de Gemeente, verkwijnt. Zij schijnen niet te bemerken hoe van lieverlede een diepe weerzin tegen hen zich in de gemeente vestigt, en een dreigend onweder, schijnbaar van beneden maar inderdaad van Boven, zich zamentrekt. Ik zeg schijnbaar van beneden, namelijk in »de schare die de wet (der wetenschap) niet kent." Maar inderdaad van Boven, want dit is een Godsgericht. Immers de Heilige Geest is in de gemeente, en die daar wind tegen in zaait, zal Hem tot een storm verwekken. Edoch die storm, wij hopen en bidden het, moge wel krachtig, maar toch heilig zijn in zijne beweging.