Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Philosophie des Christenthums, Leipz. 1855.) Van rothe, juist omdat bij "speculatief theoloog" is, halen wij met ingenomenheid de woorden aan (Ethik, Bd. 1 pag. 9) met welke hij van den waarheidsvorscher in betrekking tot de speculatieve theologie en hare verhouding tot de H. Schrift erkent: "Zonder verschooning en zonder zich te bedenken vernietigt hij zijn met moeite opgericht begrippengebouw op hetzelfde oogenblik, waarin hij zich van werkelijke tegenspraak tusschen dit en de uit ervaring blijkende werkelijkheid overtuigt." In waarheid, wij kennen geen ander christendom dan hetwelk.!steunt op de bij het licht van Gods Geest waargenomene feiten in en buiten ons. Slechts die ervaring zou materialistisch en onchristelijk zijn welke alleen de stoffelijke en niet de geestelijke feiten als hare voorwerpen zou erkennen, of die, in plaats van den geest te leeren zich op den stevigen bodem der feiten te wortelen en van daar uit de twijgen en bloesems zijner gevolgtrekkingen ten hemel te heffen, hem zich daarin deed begraven.

(10) Zie k. j. nnrzBCH, über die Religion als bewegende und ordnende Macht der Weltgeschichte, 1855.

(11) Clemens erkent eene, de voorchristelijke tijden als het ware doortrekkende sporadische openbaring van den goddelijken Logos, en meent dat de waarheid, op welken bodem ook gewonnen, noodzakelijk slechts ééne wezen kan. De afdwalingen van de waarheid en hare verbrokkeling vergelijkt hij met de verdeeling van penthetts' ledematen door de Bacchantische priesteressen in de mythe. Maar met het aanbreken van het licht wordt ook alles in het licht geplaatst. Gelijk het eeuwige Zijn in één moment datgene daarstelt wat door den tijd in het tegenwoordige, het verledene en de toekomst is vaneen gescheiden, zoo vermag de waarheid het haar verwante zaad te zamen te brengen ook als het op een vreemden bodem gevallen is. De wijsgeerige bespiegelingen der Grieken en Barbaren hebben eenigermate de eeuwige waarheid — niet, gelijk in dien mythus den god dionysus, maar de goddelijke openbaring van den eeuwigen Logos vaneengetrokken. Wie echter het door haar gescheidene weder zamenvoegt en het Woord weder tot zijne volledigheid en eenheid terugbrengt, die zal zonder gevaar de waarheid leeren

Sluiten