Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt die indruk bij mij levendig door het lezen van een geschrift, waarover hier nog een enkel woord.

Ik bedoel het dezer dagen verschenen Eapport van de Synode omtrent de kwestie van de leervrijheid in onze kerk. Sommige bijzonderheden in dat Rapport zijn ook op zichzelve bedroevend: bepaaldelijk de verkorting van het recht der Ouderlingen, daarin bij het bespreken van de Amsterdamsche Ouderlibgen gepleegd. Maar wat zullen wij van het geheel zeggen ? Het komt mij duidelijk voor, dat de Synode in de tegenwoordige omstandigheden niet anders heeft kunnen spreken. Gewijde, geestelijke taal noch daad des geloofs kan van daar gewacht worden. (1) Maar juist deze noodzakelijkheid toont klaar als de dag den allerjammerlijksten kerkdijken toestand waarin wij verkeeren, de onbeschrijfelijke ellende waarin wij gezonken zijn. Welk redmiddel men ook zoeke, welke maatregelen men ook voorsla, aan alle kanten staan tegen eiken mogelijken uitweg de allergewichtigste bezwaren over. Geheel overtuigd ben ik intusschen, dat ik met zeer velen de volgende beschouwingen deel, die ik daarom hier uitspreken wil: Volgde ik alleen mijn eigen persoonlijke begeerte, terstond trad ik uit het kerkverband waarin ik ben, en verkondigde als onafhankelijk dienaar van Christus Zijn Evangelie aan ieder die het' hooren wilde. Deze daad van afscheiding zou geenszins een moeijelijke en met opofferingen bezwaarde geloofsdaad wezen. Integendeel, zij zou de afbreking van een veelszins onheilig verband, eene groote verademing en bevrijding zijn. Desniettemin mag ik tot deze daad niet 'overgaan, omdat

(1) Eene op zich zelf staande stem des geloofs heeft daar geene kracht.

Sluiten