Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gij zegt verder dat, indien de Kerkeraad, zich niet bekreunende om gemis van sympathie, zelfs om bestrijding van hoogere Kerkbesturen „in naam van den Heer der Gemeente den Kerkbestrijder van den kansel geweerd had, het evangelische van* dit gedrag den Kerkeraad tot middenpunt en vertegenwoordiging der Gemeente zou hebben gemaakt."

Ik andwoord: O voorzeker. Ik heb geheel hetzelfde met eigen mond tot den Kerkeraad gezegd met de woorden: (1) „Had men in onze Vergadering, in de kracht vaa „dit geestelijk beginsel (nl. van de belijdenis van Jezus „ als den Christus naar de Heilige Schriften) zelf zich „tegen hen gekeerd die het ontkennen, hartelijk gaarne „had ik mij bij ü gevoegd." Immers dan ware het gebleken dat onze Kerkeraad bestond uit conservatieven, die met hun christelijk hart booger staan dan hun verstandelijk beginsel, d.i. uit dezulken voor wie ik (zie Twee brieven pag. 26) oprechte broederlijke sympathie koester. Doch, bij alle hartelijke hoogachting voor de geloovige bestanddeelen, ook in onzen Kerkeraad aanwezig, ook onder de conservatieven, moet ik toch blijven bij hetgeen ik hem, in volle vergadering, onweersproken tot nog toe, met eerbiedige vrijmoedigheid gezegd heb — namelijk dat Hij, in zijngeheel genomen, staat op het standpunt der conservatistische willekeur. Welnu, wanneer wij beiden verlangen dat deze Vergadering iets doen zou i n naam van den Heer der Gemeente en in de kracht der belijdenis van Jezus als den Christus naar

(1) Beginsel of Behoudszucht, pag, 18 en 19,

Sluiten