Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alleen uit menschenvrees, tegen zijne overtuiging i n, zich aan de tafelgemeenschap met de Christenen uit de Heidenen onttrok, terwijl kort te voren Paulus als apostel der Heidenen ook door Petrus was erkend, en als teeken daarvan „de rechterhand der gemeenschap" had ontvangen 1). Ook hier moet dus eerst het licht van buiten af komen, zal Tubingen er een klaar bewijs voor zijn gevoelen in kunnen vinden.

Nog eens, hoe is men er toch toe gekomen? Zou soms Holtzmann gelijk hebben als hij zegt, dat Baur te veel zich heeft laten meeslepen door hetgeen hij in de ^Glementinen" vond van den strijd tusschen Petrus en Simon Magus? 2) Men zou het haast denken. Maar dan is het toch een zeer losse grond om zulk een kolossaal gebouw te dragen. Vooral wanneer men bedenkt, dat het een gnostisch judaïsme was, dat de „Clementinen" in de wereld zond, en dat eigenlijk niet het Paulinisme, maar het Marcionitisme der 2e eeuw in de „Clementinen" wordt bestreden.

Opmerkelijk ook, dat Tubingen altijd nog nawerkt, zelfs nadat men er mede gebroken heeft. Ik denk aan die nieuwe hypothese waarover ik u reeds sprak, de hypothese der „radicale Hollanders," zooals zij in Duitschland wel genoemd worden, volgens welke de Brieven van Paulus de vrucht zouden zijn van het streven om het in de Christelijke Kerk opkomend Judaïsme

1) Hierover meer in mijn critischen commentaar op Paulus' brief aan de Galatiërs (Utrecht, C. H E. Brener, 1890).

2) Zie zijn aangehaald opstel. Reeds Bitschl had zich in 1861 in het Zeitschr. für deutsehe Theologie in dien geest uitgelaten.

9

Sluiten