Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inwerking van de geesten uit den afgrond miskennen kan. En in die dingen zat ook Bileam.

Maar daarmêe is hij nog niet geheel beschreven. Er moet ook nog wat anders van hem gezegd worden. Hij wordt ook in de Schrift een profeet genoemd (2 Petr. 2 : 16). Hij had kennis aan den Heere, den God van Israël. Misschien was hier ook nog eenige nawerking van de vonkskens van Godskennisse, die er nog bij Abrahams familie in vroegeren tijd, in die streken, overgebleven waren. Misschien had ook Jakobs langdurig verblijf aldaar eenige bekendheid met den God Jakobs achtergelaten. En zeker was ook wel tot Mesopotamië doorgedrongen het gerucht van de groote daden, die de God van Israël gedaan had, bij den uittocht uit Egypte: waarvan ook korten tijd later Rachab de hoer, in Jericho, wel wist te spreken.

Maar daar komt dit nog bij, dat de God van Israël zich bepaald ingelaten heeft met dezen man in Mesopotamië. Immers, als iemand, die niet buiten betrekking stond tot den God van Israël, was hij aan Balak bekend. Ook in ons geschiedverhaal, in Numeri, komt hij voor als iemand, die wel gewoon was, dat de Heere hem dingen openbaarde. We staan hier voor een diepte van de bedeeling Gods, die ondoorgrondelijk voor ons is. Maar de zaak zelve is duidelijk, dat de eeuwige God in die aan heidensche tooverijen overgegevene persoonlijkheid nog soms vonken van zijn licht liet schitteren; dat er soms daar in Mesopotamië nog stralen van hem uitgingen van hetgeen de Schepper van de einden der aarde hem bekend maakte. Wonderlijke handelingen Gods in den nacht van het heidendom. Dat de Logos, dat het Woord, dat de eeuwige wijsheid Gods, in het midden van dien nacht des heidendoms, nog vonken van zijn licht liet blinken — zoodat de menschen te minder te verontschuldigen waren. Hier denke ieder onzer aan hetgeen dienaangaande in Joh. 1 voorkomt: „En het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft hetzelve niet begrepen."

Overigens blijkt het wel klaar uit de geschiedenis, dat

Sluiten