is toegevoegd aan je favorieten.

De Messiaansche heilsbelofte en de nieuwere ontdekkingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hadden Amos en andere profeten erop te wijzen, dat de komst des Heeren aan een afvallig geslacht slechts verschrikking kon brengen; «n van het heil, dat in dien dag van Jehova lag opgesloten, spraken ze dan weinig. Maar dit heeft niet verhinderd, dat met het oog op andere omstandigheden die dag des Heeren aan het oprechte Israël door profeten en psalmisten telkens weer is voorgehouden als de groote dag, waarop Jehova als van ouds Zijn volk weer zou bezoeken me't de rijke blijken Zijner gunst.

Deze heilige historie van daden en woorden Gods vormt één vastgesloten gulden keten; en de laatste schakels — de profetische voorzeggingen — kunnen van de eerste niet worden losgemaakt. Voor wie zich blind staart op Heidensche natuurfantasieën. moet het een raadsel blijven, hoe Amos' tijdgenooten konden hopen op den dag des Heeren als den morgenstond van Isrels glorie; en nog grooter raadsel, hoe profeten en psalmisten met nimmer falende zekerheid getuigenis gaven, dat Jehova komt, komt als Rechter om den goddelooze te verdoen, komt als Koning, die Zijn liefdevol ontfermen zal betoonen aan Zijn volk, hun recht doend op hun klacht. Slechts bij het licht van Isrels wondere historie wordt het raadsel opgelost, wordt het verstaan, dat Hij in donkere dagen door het profetisch verlichte oog weer wordt gezien, gelijk eertijds op Sinaï zich openbarend in Zijn volsten luister (Hab. 3:3):

God komt van Teman,

De Heilige van het gebergte Paran,

Zijn majesteit bedekt den hemel,

Zijn heerlijkheid vervult de aarde.

3. Het Heil en de Heiland.

In het voorafgaande gingen wij uit van de overeenkomst, die men meent te kunnen constateeren tusschen de natuurberoeringen, waarmede de profeten den dag des Heeren gepaard doen gaan, en de oud-Oostersche verwachting van