Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een paar windmolens, vrije gezichtseinders, een straat naar het hart van de stad, en naar den beroemden Weerter toren; slank gewrocht van laat-middeleeuwsche bouwkunst, voleindigd in de vorige eeuw. Van dezen toren mag evenals van dien van Venray gezegd worden, dat hij is een baken in de Peel.

Gelijk de meeste Limburgsche steden heeft ook Weert zijn monumenten. Op de eerste plaats moeten we natuurlijk vermelden de parochiekerk van St. Martinus, een waarlijk imposanten tempel, een driebeukige, baksteenen, overwelfde hallenkerk. De bouwperiode ervan ligt in de vijftiende eeuw, doch er werd aan voortgebouwd in de zestiende eeuw: de toren, het Gravenkapelletje; in de achttiende eeuw, de stucbekleeding van het middenkoor in Louis XVI-stijl, en in de negentiende: de torenspits.

Deze merkwaardige, ruime kerk bevat tal van kunstschatten, als: voor den toren de St. Maartensgroep, het hardsteenen, achthoekige doopvont geschonken door Jan van der Croon, het hoogaltaar uit 1790, schilderijen, beelden en meubels. Als bijzondere bezienswaardigheid verdient nog vermelding de door Koning Willem I in 1841 geschonken, hardsteenen, met marmer ingelegde grafzerk van Philips de Montmorency, graaf van Horne, als zoodanig Heer van Weert, een der meest bekende figuren uit den opstand der Nederlanden, die samen met den graaf van Egmond onder Alva te Brussel werd onthoofd.

Andere gebouwen van monumentalen aard zijn nog de Munt en eenige kapellen in de omgeving. Van het aloude kasteel bleven eenige bouwvallen, schilderachtig, romantisch met klimop overgroeid over, doch daar deze behooren tot het complex van het jubi-

Kloosterkerk met nieuwe vleugel provincialaat.

Uitbreidingen 1931: links provincialaat, rechts nieuwe vleugel klooster.

leerende Minderbroedersklooster, zullen we ze liever in dat verband nog even behandelen.

Voor we de „oudheid" verlaten, memoreeren we nog even het Weerter Museum dat hier eerlang ontstaat en dat veel omtrent de geschiedenis van stad en streek omvatten zal.

Het Weert van heden, centrum van handel, nijverheid, verkeerswegen, onderwijs en landbouw vordert nu onze aandacht. Al bracht de moderniseering en de doortrekking van de meer dan een eeuw oude Zuid-Willemsvaart tenslotte alleen maar iets negatiefs, doordat het doorgaande scheepsverkeer Maastricht—Mijnstreek naar Rijn en havens nu over Julianakanaal en gekanaliseerde Maas gaat, toch kwam Weert aan goed modern vaarwater te liggen. Schepen van 600 ton en meer kunnen tot hier doordringen en dat biedt voor de vestiging van industrie wel mogelijkheden. De sluis van Panheel met haar spaarkommen, mag uit oogpunt van waterbouwkunde bovendien een merkwaardigheid genoemd worden. Niet minder belangrijk is het verkeer te land. Vooral gedurende het reisseizoen passeeren hier ontelbare auto's op weg naar of komende van ZuidLimburg, Ardennen en Eifel.

Weert mag roemen op een gezonde, sinds lang gevestigde nijverheid. Wij noemen: NV. Meelfabriek v.h. Gebr. van de Venne, een inrichting van groote capaciteit; N.V. Emmanuel Smeets' Drukkerijen, een der grootste en best geoutilleerde drukkerijen van Nederland; de Tricotagefabriek v.h. F. Beeren en Zonen; de Bierbrouwerij Wertha. Verder treft men nog aan: welgeréputeerde werkplaatsen van edelsmeedkunst, fabrieken van kerkorgels, pijpen, kaarsen, sigaren, aluminium-waren, beschuiten, metaalwaren, che-

Sluiten