is toegevoegd aan je favorieten.

De Nederlandsche Hervormde Kerk van den tegenwoordigen tijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

paedie van Herzog und Plitt, bevat natuurlijk bijna alleen het statistische. Ook het over het algemeen nauwkeurige geschrift van Gloei «Hollands kirehliehes Leben" (Wittenberg 1885) is nu niet meer voldoende, omdat de schrijver vóór de crisis geschreven heeft. Evenwel blijft zijne schets een zeer te waardeeren bijdrage, al moet het ons dan ook niet verwonderen, dat de heer Gloël de kerkelijke tegenstellingen niet altijd goed begrepen heeft en, de geschiedenis der Gereformeerden (bij hem Confessioneelen genoemd) niet kennende, dezen met de volgelingen van Dr. Kuyper bijna heeft vereenzelvigd.')

In het jaar 1889 heeft Dr. J. H. Gunning JHz. een geschrift uitgegeven onder den titel »Hei Protestantsche Nederland onzer dagen" (Groningen) en in dat werk vindt men eene beschrijving van den tegenwoordigen toestand van alle Protestantsche kerkgenootschappen met bijvoeging van historische schetsen over het ontstaan van de kerkelijke en theologische verhoudingen.

Bij de genoemde schrijvers staat de tegenwoordige toestand der Ned. Herv. Kerk op den voorgrond, en wanneer de geschiedenis er bij aangehaald wordt, geschiedt dit alleen tot verklaring van den toestand, zooals die nu is. "Wellicht zal de lezer echter niet ongaarne een kort verslag ontvangen van die geschriften, die aan de geschiedenis onzer Kerk gewijd zijn, voor zooverre zij op de 19e eeuw betrekking hebben.

Het eerste werk, dat wij moeten vermelden, is de»Bibliotheek van Nederlandsche Kerkgeschiedschrijvers," geschreven door den in 1890 gestorven Doopsgezinden predikant Dr. Chr. Sepp, den bekenden geschiedvorscher. De blz. 356—373 van dit in 1886 te Leiden verschenen boek bevatten de opsomming van de geschriften over ons onderwerp.2) Beeds in een vorig hoofdstuk noemt

*) Hij noemt op bl. 60 alleen de volgelingen van Kohlbrugge als niet instemmende met de kerkelijk-politieke plannen van Kuyper.

2) Een uittreksel uit deze literatuur vindt men in J. J. Doedes, Encychpaedie der Christelijke Theologie, 2e ui tg., Utrecht 1883, bl. 139—143.