Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mijne Heeren Curatoren, Dames en Heeren Professoren, Lectoren en Privaat-Docenten, Dames en Heeren Studenten, en Gij allen, die deze plechtigheid met Uwe tegenwoordigheid vereert.

Wanneer een cultureel verschijnsel in zijn eerste jaren „den smaad draagt van zijn nieuwigheid" trachten vrienden en belangstellenden aan te toonen dat dit nieuwe welbeschouwd niet zoo nieuw is, maar in zijn wezen oud en zelfs eerwaardig. Zoo heeft het niet 'ontbroken aan pogingen om aan te wijzen dat het moderne socialism^ althans een of meer zijner voornaamste factoren, kan bogen op een respectabelen ouderdom als geestelijk en maatschappelijk verschijnsel, in- ver verleden samenhangend met machten van onbetwistbare eerwaardigheid. Met name heeft men het in verband gebracht met het Christendom, en zijn er zelfs geweest die, de affiniteit in het verleden opvattend als een identiteit, het Christendom in zijn oorsprong en wezen voorstelden "als een socialistisch-proletarisch verschijnsel. Wij denken bijv. aan Kautsky's mislukte verklaring van het ontstaan van het Christendom. Over het geheel hebben al deze pogingen geleden aan gebreken van anachronisme en simplicisme — die twee belagers van waarachtig historisch inzicht —, maar de fouten van onwetenschappelijkheid, in dezen begaan, mogen niet blind maken voor een verre verwantschap tusschen Christendom en socialisme, welke te erkennen en na te speuren de belangstelling van den historicus waardig is.

Zien wij ons zoo, ingevolge onze bevoegdheid, .bepaald tot het verleden, wij moeten ons verder ten opzichte van het Christendom beperken tot wat men sedert Troeltsch gewoon is het Christendom der ketters en sectariërs te noemen, het meer starre, officiëele Christendom der kerken buiten beschouwing latend. Een nog verder gaande beperking besta hier in het aannemen van een tamelijk laten terminus a quo. Dit laatste moge zijn rechtvaardiging vinden, behalve in redenen van opportuniteit, in het onmiskenbare feit, dat vóór/ ongeveer het jaar 1000 in het westersche Christendom het kloosterwezen aan socialistische en communistische strevingen ruimschoots voldoening schonk. Wij kunnen er nog bijvoegen: voor velen — met name in de roomsch-katholieke kerk — is blijven schenken tot op den huidigen dag. Maar dit is een christelijk socialisme der uitzonderlijkheid, zonder die universeele neigingen die het socialisme uit der aard eigen zijn.

Maar dan, omstreeks het begin van het tweede millennium, worden bepaalde klanken uit oud-christelijk, zeer eerwaardig verleden ook buiten de kloostermuren verstaan en gretig beluisterd. Daar is het woord waarmede Jezus de discipelen uitzond: ,,Verzamelt u noch goud, noch

Sluiten