is toegevoegd aan je favorieten.

Mr. I. da Costa en de referent zijner voorlezingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den wandel van den Christen zich vrij en natuurlijke ontwikkelen , wordt reeds door den Referent, als door da costa erkend en aangenomen toegestemd, zij is geloof. Hieruit ontstaat nu ten opzigte van de zaak, die wij bespreken, eerbied voor het woord van God, eerbied, die zich niet zoo zeer openbaart door fraaije uitwijdingen over zijne waarde , maar door eene onbepaalde , vrijwillige en vooral onbevangene en dus natuurlijke gehoorzaamheid aan al zijne uitspraken. Wanneer nu iemand met deze gezindheid, de Schrift verklaart, en daarvan herhaaldelijk in die Schriftverklaring bewijzen geeft, hoe zal dan het mindere, het gebrekkige of vreemdsoortige in den vorm, heimeerdere, den eerbied en de gehoorzaamheid aan Gods woord kunnen ontheiligen? Alleen toch wanneer opzettelijk uiterlijke misvorming wordt aangebragt tot ontstichting, maar dan vervalt ook alle eerbied, en alle geloof. Wat kan men billijker van een spreker eischen dan natuurlijkheid? Hoe kan een geloovig spreker, te meer als hij grootendeels ertemporeert, anders dan natuurlijk zijn, daar hij over dingen spreekt, die hem tot waarheid geworden zijn, uit ervaring. Hoe kan men iemand, die natuurlijk spreekt, een anderen vorm willen opdringen, en hem onnatuurlijk doen worden in zijne voordragt? Dit kan niemand eischen, dan degene , voor wie welsprekendheid bestaat in vormen. Maar dezulke miskent den aard der ware welsprekendheid. Zij is geene kunst, het is reeds dikwijls aangetoond, zij is eene deugd, wier degelijkheid zich niet openbaart door te behagen met woorden, maar te treffen door zaken. Het hart maakt niet alleen welsprekend, maar doet ook een ander voor ons welsprekend zijn. En daar nu het hart slechts ziet op den zin en de beteekenis; zoo volgt hieruit, dat iedere spreker, die met zijn optreden