Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

U.

Ubiquiteit (L.), alomtegenwoordigheid.

Ultramontanisme (L.), de richting in de Roomsche kerk, die de pauselijke autoriteit als hoogste gezag wil doen gelden, niet alleen op kerkelijk maar ook op zedelijk, staatkundig, maatschappelijk, politiek en sociaal terrein.

Unitariërs (L.), loochenaars der drieëenheid.

Universalisme (L.), de richting die de universeele (algemeene) verzoening leert.

V.

Vermittelungstheologie, de theologische richting die een bemiddeling zocht tusschen orthodoxe en moderne opvatting, of tusschen heidensche filosofie en christelijke theologie, of heidendom en christendom.

Voetianen, de in den strijd tegen de Coccejanen naar hun voornaamsten woordvoerder zoo genoemde Gereformeerden. (Gisbertus Voetius, 1588 geboren te Heusden; gestorven 1676 als hoogleeraar te Utrecht).

Vulgaat (L.), de (bij Rome kerkelijk geijkte) Latijnsche vertaling des Bijbels.

w.

Waldenzen, volgelingen van Petrus Waldus, die 1177 een vereeniging tot prediking van het Evangelie stichtte (in Piémont). Zeer rechtzinnig; een voorbeeld in geloof en leven; bijbel in de landstaal; zendingsijver.

Wederdoopers, zie Anabaptisten.

Wesleyanen, de meer Arminiaansche (z. a.) methodisten. Whitefie'dianen, de meer Gereformeerde methodisten.

z.

Zeloot (Gr.), ijveraar; in Jezus dagen: deiiartij der Zeloten,

een partij van joodsche patriotten. Zevende-dags-adventisten, zie Adventisten. Zwickauer profeten, een vereeniging van dwepers (± 1520

te Zwickau in Duitschland).

Sluiten