Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan Calvijn's zin voor organisatie en beslistheid van optreden, aan Calvijn's open breuk met Rome, aan Calvijn's handhaven van strenge tucht in de gemeente van Christus, aae Calvijn's machtig-universeelen blik.')

Als Calvijn louter abstracte denkbeelden heeft ontwikkeld en een gedachten-systeem heeft gegeven buiten het Woord van Qod om, hoe wil men dan de hooge vlucht van het Calvinisme verklaren ? Hoe is het dan mogelijk, dat Calvijn's denkbeelden overal een prachtig resoneerenden klankbodem hebben gevonden?

5. Was Calvijn een bekrompen geest?

Ook deze aanklacht is met de feiten in flagrante tegenspraak.

Professor Rutgers schrijft van hem: „Calvijn was altijd zeer verdraagzaam en ruim, nooit sectarisch of separatistisch."

Hij heeft steeds gestreden tegen allen, die de kerk als het ware in af deelingen wilden laten uiteenvallen.2)

Zoo heeft Calvijn verklaard, dat de Augsburgsche Confessie der Lutherschen wel in diepte en nauwkeurigheid bij die der Gereformeerden achter stond, maar hij achtte haar niet verwerpelijk, weigerde niet haar te onderteekenen en was zeer bevriend met haar opsteller.3)

Hoewel Luther tegenover de Gereformeerden zich dikwijls zeer onheusch had uitgelaten, schrijft Calvijn over Luther na 1538 voortdurend met den grootsten eerbied.4) Steeds heeft hij in dezen den van God gegeven reformator erkend; ook zag hij in eigen reformatie een voortzetting van die van Luther. En al deed hij niet mede aan Luthervergoding, toch sprak hij de bekende woorden: „Zelfs al zou Luther mij een duivel noemen, dan kan ik hem toch

1) Zie vooral: D. P. D. Fabius, Wezen van het Calvinisme.

2) Rutgers, Calvijns invloed enz., bl. 25.

3) Rutgers, Calvijns invloed enz., bl. 25. Doumergue, Calvijn in het strijdperk, bl. 454.

4) In 153S noemt hij Luther nog onverzettelijk, kwaadsprekend, onwetend, (Doumergue, Calvijn in het strijdperk, bl. 446).

Sluiten