Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fleisch is Jezus als historisch persoon, is object der geschiedwetenschap ; de Christus im Fleisch wordt niet door den historicus gekend, doch alleen door het geloof. De Christus im Fleisch is de openbaring Gods.

Jezus' religieus-ethische persoonlijkheid en zijn historisch menschenleven behooren alzoo niet tot de openbaring. Zij behooren tot de geschiedenis. Tusschen openbaring en geschiedenis wordt door Brunner een scheiding gemaakt. De openbaring kan niet tot de geschiedenis behooren. Want zij is het „Einmalige" en de geschiedenis bestaat in de verbinding van het Einmalige en het gelijke, van persoonlijkheid en idee. De openbaring is het „Einmalige", doordat ze het snijpunt van geschiedenis en eeuwigheid is, doordat in haar het eeuwige door den tijd heenbreekt. Maar als Brunner spreekt van heenbreken door den tijd, merkt hij er terstond bij op, dat dit niet is het inzetten van een bovennatuurlijk stuk in den tijd, het isoleeren van een stuk eeuwigheid in de tijdelijkheid. De openbaring wordt geen deel der geschiedenis. Ze is opheffing der geschiedenis. „Das Ewige als Ereignis, die Offenbarung, hat als solche keine geschichtliche Ausdehnung. Es ist nicht die in der Geschichte ausgebreitete Tatsache : Leben Jesu und geschichtliche Persönlichkeit Jesu, sondern das unanschauliche, hinter allem Geschichtlich-Humanen verborgene Geheimnis der Person Jesu, nicht der Christus nach dem Fleisch, sondern der Christus nach dem Geist, das fleischgewordene Wort." x)

Bij deze scheiding moet vallen de leer der geboorte van Jezus uit een maagd. Al brengt Brunner er ook andere bedenkingen tegen in, ze wordt reeds onmogelijk gemaakt door zijn stelling : alles wat bij Christus in de sfeer van het gebeuren in tijd en ruimte ligt, is menschelijk. De leer der geboorte uit een maagd wordt door hem beschouwd als een poging om in het natuurlijke een bovennatuurlijk, Goddelijk stuk in te zetten. Mittler, bl. 271 v.

Sluiten