Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christen God is hem nog te vreemd en te onverschillig om denzelfden invloed op hem uit te oefenen. Zoo iemand verliest dus iets, maar hij krijgt daarvoor niets in de plaats. Dit moet de reden zijn, waarom bij een pas gekerstend volk wel eens ondeugden aan den dag treden, welke men te voren er niet had opgemerkt. Wanneer bijvoorbeeld een volk als de Toradja's Christen wordt, dan zullen bij velen, op wie het Evangelie slechts een vluchtigen .indruk heeft gemaakt, ondeugden als ijverzucht en liefdeloosheid, die nu nog door bijgeloovige vrees en het stamverband sluimeren, aan het licht treden. De teekenen zijn er reeds van.

Wanneer er dus ernstige menschen zijn, die twijfelen aan den zedelijken invloed van het Christendom op de Indonesiërs, dan is die twijfel schijnbaar juist. De genoemde ondeugden waren reeds onder het volk aanwezig, maar ze lagen verborgen, en werkten in het geheim. Het is met het Evangelie als met sommige medicijnen, die eene ziekte aanvankelijk schijnen te verergeren om haar daarna te genezen.

De personen, van wie ik zooeven sprak, mogen het grootste getal uitmaken van een gekerstend volk, er zijn er ook, die de zedelijke eischen, welke God stelt, gevoelen te moeten volgen. Dit zijn de besten van het volk. Het zijn zij, die werkelijk reeds als heidenen een religieus leven leidden, en die hun hart bij den overgang aan Christus hebben gegeven. Deze menschen nu, de kern van het Christen geworden volk, trachten de eischen des Evangelies op te volgen, en hiermede brengen zij een ganschen omkeer te weeg in de publieke opinie. De meesten van dat volk weten niets van die zedelijke eischen; zij zouden liever gansch anders doen, maar zij zijn nu Christenen, volgelingen van den God, die deze eischen stelt, dus zij achten zich beschaamd, wanneer zij niet doen, wat men nu eenmaal vindt, dat men moet doen.

Om den zedelijken invloed van het Christendom op een gekerstend volk, of op eene gekerstende groep te beoordeelen, mag men zich dus niet beroepen op een of 100 schelmsche Christenhuisjongens, of op twee of tweehonderd meisjes, die niet veel zaaks zijn, maar men moet zich afvragen, wat de algemeene opinie is, die onder dat volk, onder die groep inlandsche Christenen heerscht. Die opinie is gevormd door het Evangelie, dat de Zending bracht; en wanneer men zich de moeite gaf die publieke opinie onder de

Sluiten