Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het groote, tragische voorbeeld. Steeds hooger bergen heeft hij beklommen, steeds meerderen zijn achter gebleven. Hij is zoo eenzaam geworden, als slechts de geloovige met zijn God kan zijn, — maar hij heeft geen God1). Rohde, die hem in 1886 nog eens ontmoet, beschrijft zijn verschijning: „als kame er aus einem Lande, wo sonst niemand wohnt" 8). En hij zelf schrijft: „Ein tiefer Mensch braucht Freunde: es ware denn dass er seinen Gott noch hat. Und ich habe weder Gott noch Freunde!" s). Als een schreeuw klinkt het tusschen de wanden der bergen, verloren, bedroefd. Een dier kruipt in zijn hol. Maar uit den eenzamen mensch is iets als „eine Höhle geworden — etwas verborgenes, das man nicht mehr findet, selbst wenn man ausginge es zu suchen.... und jahrelang kein Labsal, kein Tropfen Menschlichkeit, nicht ein Hauch von Liebe...." 4). God is de eenige, die vriend had kunnen zijn, waar de menschelijke vrienden achter blijven. Maar God is dood. Er zijn groote eenzamen geweest onder de geloovigen, maar wat beteekende hun verlatenheid, waar zij God als vriend hadden! „Zuletzt gab es für alle die, welche irgendwie einen „Gott" zur Gesellschaft hatten, noch gar nicht das, was ich als Einsamkeit kenne" B). God verschijnt hier uit het gebrek, als een negativum, als de vriend, die zou moeten komen en niet komt. Of is hij toch gekomen? De figuur van Zarathustra, zijn „zoon", zooals hij hem gaarne noemt, bekleedt in Nietzsche's leven tevens de plaats van een god, een modernen Zeus Philios, een oerbeeld van den Wil tot de macht, een trooster en heiland. Wanneer de oude vrienden falen en de nieuwe niet komen, wordt Zarathustra begroet als de goddelijke vriend, met hymnische woorden:

*) Nietzsche in seinen Briefen, XXIV. 2) Nietzsche in seinen Briefen, 377.

a) Aan zijn zuster, 8 Juli 1886. Verg. ook den brief aan Seydlitz van 26 Oct. 1886: „Dies ist Einsamkeit: — ich habe niemanden, der mit mir mein Nein und mein Ja gemein batte!"

4) Aan Seydlitz, 12 Febr. 1888.

5) Aan Overbeck, 2 Juli 1885.

Sluiten