is toegevoegd aan je favorieten.

De daad bij het woord, gesproken ter algemeene zendingsconferentie van 1926

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wees er echter op, dat er vooral op West-Java, naar zij vernomen had, dit jaar een sterke jeugdactie onder de meisjes was ontstaan. Haar woorden werden onderstreept door een Indisch vader van vijf dochters, die er op wees, dat de meisjes de jongens vooruit waren geweest met name in de padvindsterbeweging.

Ds. Scharten wees er vervolgens zeer terecht op, dat de waarde en de beteekenis van de op te richten Chr. Middelbare scholen in lndië voornamelijk afhing van de te benoemen leeraren. Was men reeds zoo gelukkig geweest om menschen te vinden, die er overtuigd van waren, dat zij naar lndië gingen om daar iets, neen véél te doen? Prof. CrameR wilde de twee Chr. Middelbare scholen niet beschouwd zien als een oplossing van de geschetste jeugdproblemen, immers hoe 'n groot percentage niet-Christelijke jongelui zullen wij toch niet kunnen bereiken, daar ze deze inrichtingen niet bezoeken zullen. Dr. Bavinck wees er in zijn antwoord op, dat men in de eerste plaats tot doel gesteld had een kernvorming. Voorts zouden bedoelde leerkrachten, die niet voor overplaatsing vatbaar zijn en dus lang op dezelfde plaats kunnen blijven, op den duur „colleges van jeugdarbeiders" kunnen vormen, wier taak zich natuurlijk ook uitstrekken zou tot de niet-Christelijke Europeesche jeugd.—

Lang kon de discussie echter niet zijn, want al spoedig werd onze aandacht gevraagd voor het onderwerp:

„De Jeugd In de Bataklanden."

Op het programma stond, dat dit onderwerp ingeleid zou worden door „den heer D. van der Meulen, Controleur Binnenlandsch Bestuur, nu consul te Djeddah". Waar deze echter verhinderd was om te komen, sprak in zijn plaats Dr. W. G. Harrenstein, Geref. Predikant te Amsterdam, vroeger als zoodanig inMedan werkzaam.

' Spr. begon met de verklaring, dat het onderwerp voor hem zoo moeilijk was, niet alleen om het onderwerp zelf, maar ook, omdat hij zich in z'n arbeid meestal had moeten beperken tot de Europeesche jeugd op Sumatra. Hij wilde echter het zoo breede onderwerp inperken en spreken over de Westersch opgevoede Bataksche jeugd. Als algemeen bekend mag aangenomen worden, hoe 'n uitermate intelligent volk de Batakkers zijn. Dat had 't Gouvernement ook ingezien. Hoe prachtig kon het die schrandere