is toegevoegd aan je favorieten.

Van den eeuwigen vrede tusschen wetenschap en religie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarin tal van psychische functies gisten, die vreemd zijn aan het exacte weten. Daarom, de wijsbegeerte is niet 'één, maar bont verscheiden als het levensbeeld der religie.

Is dan de exacte wetenschap één? Dit wordt ontkend.4) Er zijn geloofs-apologeten, die zich gaarne beroepen op de differentiatie, die er in de wetenschap te speuren zou zijn. Zelfs onder de mathematici moet er verschil zijn tusschen hen, die de vleugelen der intuïtie en anderen, die den tragen gang der logica verkiezen.s) Wie kan ontkennen, dat er ook onder de beoefenaren der exacte wetenschap verscheidenheid heerscht! Toch schijnt het mij zelfmisleiding daarmede de religieuse veelkleurigheid te willen dekken. Immers de eenheid der wetenschap lijdt onder deze verscheidenheid niet. Zij allen hebben één doel, aanvaarden ééne wet van verificatie en als de ervaring haar vonnis strijkt over het eens als waar erkende, wordt het zonder aarzelen prijs gegeven.

De exacte wetenschappen danken haar wezen en karakter aan bepaalde functies, waardoor zij van wijsbegeerte en religie beide onderscheiden zijn.3) Zij deelen allen op eenigerlei wijze in het mathematische. *) Voor en achter haar ligt steeds een oneindige weg. Van elk betrekkelijk uitgangspunt schrijdt zij voort naar de oplossing van nieuwe vragen, maar steeds zich voorbehoudend van alle hare veronderstellingen, die eens uitgangspunt waren, terug te gaan op meer fundamenteele, die men lang achter zich waande.

De exacte wetenschap waardeert zich als wordende en brak principieel en welbewust met alle dogmatisme zonder onderscheid. Zij belijdt het eindige van ons kennen, dank zij de beperktheid van het menschelijk vermogen, maar verwerpt even beslist het philosophisch dogmatisme, dat een grondeloozen laatsten grond behoeft om iets te kunnen gronden. Zij brak met het absolutisme, dat het zijnde pretendeert te kennen', overtuigd, dat slechts het worden zich te kennen geeft.

Is dit dan geen subjectivisme? Ik zeide reeds: er zijn apologeten, die

') H. Poincaré, La valeur de la science, Paris, p. 5, 6. La vérité qui n'est pas la même pour tous est-elle la vérité? Mais en regardant les choses de plus prés, nous voyons comment ces ouvriers si différents collaborent a une oeuvre commune, qui ne pourrait s'achever sans leur concours.

2) Abel Rey, La philosophie moderne, Paris, 1908, p. 102. Le conflit méthodologique qui s'est levé depuis quelque temps entre les mathématiciens intuitifs et mathématiciens purement déductifs, n'a-t-il pas une issue voisine? L'intuition et la déduction se complètent, loin de s'exclure.

3) P. Delbet. l.c p. 102. Le caractéristique de 1'esprit scientifique est dans la modalité de la pensée et la méthode consiste surtout en orientation.

4) Abel Rey. 1. c. p. 67. Toutes les sciences s'acheminent vers la forme mathématiqe, la science tend vers la mathématique universelle,