Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fe 3°. Elke Kerk houde minstens twee collecten per jaar voor deze Algemeene Kas. Mocht, na ontvangst der collecten, giften, enz., geen voldoend bedrag beschikbaar zijn tot behoorlijke ondersteuning, dan hebben Deputaten ad hoe het recht, aan de Kerken een buitengewone collecte te verzoeken, met op-

- \ gave van het bedrag, dat zij nog behoeven.

(Acte 1893; Art. 180.)

XIV. Zoo eenige Dienaars om de voorschreven of eenige andere oorzaken hunnen Dienst voor eenen tijd onderlaten moesten, 't welk zonder advies des Kerkeraads niet geschieden zal, zoo zullen zij nochtans ten allen tijde de beroeping der Gemeenten onderworpen zijn en blijven.

XV. Het zal niemand geoorloofd zijn, den Dienst zijner Kerk onderlatende, of in geenen zekeren Dienst zijnde, hier en daar te gaan prediken buiten consent en autoriteit der Synode of Classe. Gelijk ook nie-

^rnand in eene andere Kerk eenige Predicatie zal mogen doen, of Sacramenten bedienen, zonder be,williging des Kerkeraads.

XVI. Der Dienaren ambt is, in de gebeden en bediening des "Woords aan te houden, de Sacramenten uit te reiken, op hunne medebroeders, Ouderlingen en Diakenen, mitsgaders de Gemeenten goede acht te nemen, en ten laatste met de Ouderlingen de Kerkelijke discipline te oefenen, en te bezorgen dat alles eerlijk en met orde geschiede.

XVII. Onder de Dienaren des Woords zal gelijkheid gehouden worden, aangaande de lasten huns

2

Sluiten