Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook dat gevoel van afhankelijkheid aan de eene- en van onze onwaarde aan de andere zijde hetaamt ons heden vooral, M. V. Of is de zegen, dien wij behoeven, in onze eigene magt? Maar ach, wat is in onze magt en wat is het waarover wij zelve kunnen beschikken. Als God ons de gelegenheid geeft, een geschikte plaats, waar een bedehuis staan kan en staan mag, als Hij ons daarenboven beschikt, wat wij tot bouwen behoeven, en ons een kunstenaar doet vinden, aan wien het werk zonder groote bezorgdheid kan toevertrouwd worden, ja, dan kunnen wij een kerk bouwen, waar gij aangenaam kunt zitten en luisteren en waar ik gemakkelijk spreek, maar wie geeft mij het regte woord, dat ik spreken moet en wie moet het heiligen aan uw hart, opdat het voor u een levenswoord zij ? 't Is God alleen, die zich in alles moet laten vinden, die zich in alles in liefde en gunst aan ons hart moet openbaren, die alles aan ons hart moet heiligen, indien het ons waarlijk ten zegen zal zijn. Blijven wij dat onder alles regt levendig gevoelen, ook bij de rijkste en heerlijkste uitwendige zegeningen, waarin wij door Gods goedheid mogén deelen, dan verheffen wij ons zei ven niet, gelijk de Nebukadnezars, die daar wandelen op de tinnen hunner paleizen en in trotschen overmoed zeggen tot zich zeiven: heb ik niet dat groote Babel gebouwd ter eere mijner heerlijkheid? Dan blijven wij bij alles klein en kinderlijk en ootmoedig en behouden bestendig het gevoel van behoefte aan de zalige tegenwoordigheid Gods.

En gevoelen wij daarbij onze onwaarde voor God, hoe wij alles hebben verzondigd en ons onwaardig gemaakt, zóó, dat we op de geringste van Gods

Sluiten