is toegevoegd aan je favorieten.

De laatste preek in de oude- en de eerste in de Nieuwe Kerk der christelijke gereformeerde gemeente te Middelstum, uitgesproken op Zondagen, den 9 en 16 Januarij 1870

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iea-eliik, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. Als van de poorte des hemels gaat de liefelijke noodiging des Heeren hier uit: «Wendt u naar mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde! ^ want Ik ben God, en niemand meer."

Ligtzinnigen, onbedachtzamen en die van geen medelijden met zich zeiven meer willen weten, laat Hij nog in zijnen naam zelfs bidden, als van Christus wege, om zich met Hem te laten verzoenen. Aardschgezinden, en die meenen in een deel of een deeltje van deze wereld genoeg te bezitten, laat Hij hier het ongenoegzame van die wereld zien om de behoefte der ziel te vervullen; hun wordt getoond, dat zij met deze wereld zullen omkomen. Hardnekkigen en spotters worden ernstig gewaarschuwd , hun verderf hun aangezegd en Gods oordeel hun verkondigd.

Maar wie gelooven in Hem, die den goddelooze regtvaardigt, wordt vergeving van zonde en schuld toegezegd en het eeuwige leven uit genade beloofd. En bij dat woord der troostrijkste belofte voegt Hij nog zijn zegel, het zegel van een eeuwig verbond der genade, volgens 't welk God alles voor den zondaar wil zijn. Het pas geboren kind, dat nog zijne eigene ellende niet kent, verzegelt Hij in het teeken des doops eene eeuwige liefde, en indien het niet wordt behouden zal alleen moedwillig ongeloof de oorzaak zijn, waarom het later verloren zal gaan.

En voor hen, die Hem geloovig belijden en bereidwillig met hun discipelschap de smaadheid aanvaarden , die aan dat discipelschap in de wereld steeds is verbonden, rigt Hij de avondmaalstafel toe, en