Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook toen het wonen in eigen land verloren ging, ja om die godsdienst te bewaren werd Israël naar Babel gevoerd.

Zoo vinden we dus bij Israël al de kenmerken, die we reeds bij de Babylonische spraakverwarring zien opkomen. Er blijft ten slotte bij de taal een enkel vraagteeken staan, dan wordt dat niet alleen ruimschoots vergoed door, het hier alles overtreffende kenmerk, maar dan bevestigt dat ook weer, wat we boven vonden, dat niet alle kenmerken altijd op dezelfde wijze bij een bepaald volk aanwezig zijn.

Brengt dus aan de eene zijde Israël ons niet verder dan de Babylonische spraakverwarring, aan de andere zijde gaat het daar zeer ver . boven uit, want de woorden Gods, die aan Israël zijn toebetrouwd, betreffen ook het leven der volken, zij leeren ons, wat van de volken is te denken, bovenal spreken ze ons van de toekomst.

Eenheid van godsdienst is Israëls grootste heerlijkheid, maar Israëls God is niet tot Israël beperkt. Hij is de Koning der gansche aarde, zoo leert ons de Schrift telkens weer, Hij heeft allen geschapen, houdt alle volken in stand, die tegen Zijn majesteit niets vermogen. Maar die God is Israëls Vader en Hij bestiert het leven der volken alzoo, dat Hij a. h. w. alles beziet en beschouwt en behandelt ten beste van Israël, Zijn volk. Ongetwijfeld staat dat met Israëls bijzondere roeping in verband, toch moet er hier op worden gewezen, omdat zich hier begint te vertoonen, hoe voor den Christen de verhouding van volk tot volk moet zijn.

God is machtig Zijn volk tegen alle vijanden te beschermen en Hij doet dat, zelfs als Israël ten onder gaat, geeft Hij het weer nieuw leven. Hij is de God, Die de oorlogen doet ophouden Ps. 46 : 9, waarin zich wel in het bijzonder Zijn heerschappij openbaart, ja, ook tegen de machten der natuur beschermt Hij Zijn volk, Lev. 26; Ezech. 34 : 25. God regelt dus het leven der volken naar Zijn welbehagen, geeft de macht niet uit handen en eischt daarin, dat ook in de verhouding van volk tot volk Zijn wet zal gelden.

Voor Israël waren die wetten weer heel bijzonder er vooral op doelend het volk afgezonderd te houden, te bewaren voor de afgoderij en dus weer samenhangend met Israëls eig'en taak. Voor het meerdere moet het mindere wijken. Daarom zou geen Ammoniet of Moabiet in de vergadering des Heeren komen, zelfs tot in hun tiende ge-

Sluiten