Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geoefend op het leven der volken. We zouden zien, hoé het tot heerschappij komt in de Middeleeuwen, toen metterdaad de kerk de band was, die de volken samenhield, maar hoe ook tegelijkertijd in diezelfde Middeleeuwen het beginsel der valsche eenheid, de eenheid, die heerschen wil en groot wil zijn, het beginsel van Babel uit de wereld in de kerk komt, niet te verwonderen, omdat het nu eenmaal onmogelijk is op aarde te verwezenlijken, wat mee tot de heerlijkheid des hemels behoort. In de nieuwe geschiedenis ontmoeten we telkens weer het pogen van de groote volken en de machtige vorsten om te komen tot één groot rijk, dat zooveel mogelijk, als het kan heel de wereld omspant. Evenwel de plaats zou ons ontbreken, wilden we al deze geschiedkundige feiten beschrijven en toetsen aan de gegevens der Schrift. Liever willen we trachten uit ons betoog naar voren te doen treden en nog eens afzonderlijk te formuleeren enkele konklusies, die we vonden en daarbij te doen aansluiten enkele andere opmerkingen, ook meer algemeene uitspraken, die met stelligheid uit de Schrift kunnen worden afgeleid. Vroeger is al herinnerd, dat we niet mogen verwachten op al de aan de orde zijnde en ten deele ook door ons genoemde vragen een duidelijk antwoord te geven uit den Bijbel, maar wel zijn weer te geven eenige algemeene schriftuurlijke beginselen, die ons dienen kunnen bij onze beschouwingen over en ons handelen in onzen tijd.

Twee dingen schakelen we daarbij uit. In de eerste plaats is het wel onnoodig weer in het licht te gaan stellen, dat het leven der volken nog altijd het kenmerk draagt, dat het bij Babel kreeg, dat nog de natiën naast elkaar staan, onderscheiden in taal, woonplaats, gedachtenwereld en allengs ook in geschiedenis. In het voorafgaande is al zoo menigmaal rechtstreeks of als tusschen de regels door uitgekomen, dat, wat nu een volk van een volk onderscheidt, volkomen overeenstemt met het beeld, dat de Schrift ons teekent, dat het niet anders dan tot herhaling zou leiden, indien we nog weder deze zaken bespraken.

Dan gaan we ook niet verder in op het Pacifisme. Immers reeds genoeg is over deze zaak van onze zijde te berde gebracht en voldoende staat het onder ons vast, dat elke verwachting, als zou in een zondige wereld door menschelijk overleg de oorlog volkomen verdwijnen, eiken grond

Sluiten