Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijds. Het is de blijde boodschap voor een geslacht, dat in de felle worsteling om de uitwendige levensvoorziening zichzelf verteert en verliest en aan de bezorgdheid voor zijn stoffelijk en nood dreigt te gronde te gaan. En gij, die Christenen wilt zijn, gij moet den moed grijpen om dit woord te gelooven en u met al uw zorgen in deze Vaderhand, die zorgt, neder te leggen. Dit niet te doen, in kleingeloovigheid het niet onvoorwaardelijk te doen, is wantrouwen jegens Gods Vadertrouw en miskenning der waarde van uw kindschap. Hoe beslister gij het doet, des te meer zal uw bezorgdheid van u wijken. Heere, wij gelooven, kom onze ongeloovigheid te hulp!

Weet ge, wat ge eigenlijk alleen maar te doen hebt? Al die dingen, waarover gij bezorgd zijt, waarover gij u aftobt, als volslagen bijkomstig te beschouwen en alleen maar Gods koningschap en wat daartoe behoort, te zoeken, alleen maar God koning te laten zijn in uw leven en zijn wil te doen. Dan komt al het andere waarlijk wel terecht.

0 neen, dit wil niet zeggen, dat u dan geen enkel leed meer zal treffen, niets meer van den kommer dezer aarde. Als Jezus ons belooft, dat wanneer wij slechts het koningschap van God en al wat daartoe behoort, zoeken, al het andere, wat ons noodig is, ons als toegift zal worden geschonken, belooft Hij ons daarmede niet, dat wij plotseling in een wereld zullen worden verplaatst, waarin voor ons geen enkele nood of zwarigheid meer zal zijn. Iedere dag, zoo zegt Hij ons integendeel, zal zijn eigen kwaad met zich brengen. Zoo zal het blijven tot den jongsten dag toe. Eerst dan, bij zijn wederkomst, zal Hij alle leed en allen nood verbannen. Doch gelijk de wereldnood, dien Jezus zelf op zijn hart heeft gedragen en dien Hij oneindig meer heeft gevoeld dan wie onzer ook, Hem niet heeft verhinderd om een onwankelbaar geloof te hebben in den Vader, zoo zullen ook wij door zijn kracht, heden en morgen en eiken dag weer vannieuws, wat die dagen ons brengen aan moeite uit Gods hand aannemen en nochtans niet bezorgd zijn, maar vertrouwen. En valt er dan toch menig muschje ter aarde, en gaan er dan toch vele bloemen in den oven, en

Sluiten