Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omstandigheid, dat de ééne wetenschap „stof" kan worden voor een andere door binnen deze laatste als hulpwetenschap, als „techniek" (Görland) te worden betrokken. Wij willen nog eens met nadruk verklaren, dat de autonomie der wetenschappen haar teleologische» samenhang niet uit- maar insluit. De wetenschappen zijn autonoom — om elkaar te helpen en te dienen, om een universitas te scheppen, souverein om met elkaar een „verkeer" te kunnen vormen. De wetenschappen staan niet gescheiden, maar kunnen voor elkaar beteekenis krijgen als materie of hulpwetenschap. Zoo wordt de wiskunde tot hulpwetenschap in chemie, physica, rechtswetenschap etc. etc. En evenzoo de chemie in de kunstwetenschap bij onderzoek naar schilderij envervalschmg. En evenzoo de zedeleer in de kunsttheorie, wanneer deze zich b.v. bezig houdt met zedelijke conflicten in het drama. En evenzoo de psychologie weer in de zedeleer, voorzoover deze zich afvraagt, hoe het zedelijke te bereiken is. In al deze gevallen, die nog met vele voorbeelden te vermeerderen zouden zijn, is de „dienst", de ,,hulp" slechts mogelijk op grond van de autonomie. Alleen dan kan b.v. de wiskunde hulpwetenschap zijn, wanneer zij souverein is, wanneer haar methoden een eigen karakter bezitten en „vaststaan". Wij willen verwijzen naar de uiteenzettingen van Görlaxds Prologik (vooral p. 347 en volgende), die ons door het begrip der implicatieve en auxiliaire systematiek groote klaarheid gaf.

Hier blijkt dus, dat wij het „in elkaar" der wetenschappen, het „auxfliair" zijn ten opzichte van elkaar, de mogelijkheid om b.v. de wiskunde vanuit de natuurwetenschap en de psychologie van uit de zedeleer te behandelen en te gebruiken niet alleen afwijzen, maar zelfs nadrukkelijk opeischen. Wij wijzen alleen af, dat dit ten koste van de autonomie zou gebeuren. Ja de dienst der wetenschappen vereischt hun souvereiniteit. Zoo verwerpen wij, dat b.v. de kunstleer tot grond der moraalleer wordt gemaakt — het aestheticisme. Maar wij maken het door ons begrip van systeem en teleologie juist mogelijk, dat de zedeleer tot auxiliaire wetenschap voor de kunsttheorie wordt of omgekeerd. De voltooiing van de philosophie is het systeem — dat nooit voltooid,, maar altijd open is, altijd weer open wordt.

(C.) In dit verband doemt de term „wereldbeschouwing" opnieuw bij S. op, thans in haar derde gedaante: S. wil dit wijsgeerige systeem een wijsgeerige wereldbeschouwing noemen l). Ook nu echter Hjkt ons dit spraakgebruik verwarrend: de wetenschappen in een systeem te vereenigen is niet een zaak van standpunt en wereldbeschouwing, maar van wetenschappehjke methode en begrip. Objectief kan zulk een systeem pas zijn, als

e) Strijd o. d. W., op. 18.

Sluiten