Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarachtige licht, het licht der menschen, het licht, 'twelk in de duisternis scheen, vol van waarheid, die ons God verklaard, bekend gemaakt heeft." De zonde, die met haren zedelijk verpestenden adem in alles heeft ingegrepen, heeft ook het verstand van den mensch schrikkelijk verduisterd, en hem ongeschikt gemaakt, om, zonder hooger licht, eene ware, geheiligde kennis te ontvangen van God, van zich zeiven, van zijne bestemming, van zijne verlossing, van ware deugd en Godsvrucht en van het leven aan gene zijde des grafs. De jammerlijke onkunde van het grootste gedeelte der Joden en de schrikverwekkende blindheid der Heidenen bevestigen dit onwedersprekelijk. Maar Jezus, het Woord Gods, was in alle eeuwen reeds werkzaam als het licht want Hij was het licht der menschen. Het Joodsche volk leefde onder den invloed van zijne verlichting, welke kennis, langzamerhand ook onder sommige Heidensche volkeren, met welke het in betrekking kwam, verspreid werd. In dit opzigt wordt dus ook Hebr. 4 I 2 getuigd, dat den Israëliten in de woestijn het Evangelie gepredikt werd, en uit dien hoofde kon de Apostel Paulus tevens getuigen, dat de Heüige Schriften van het Oude Verbond T i m 0 t h e u s wijs konden maken tot zaligheid door het geloof, hetwelk in Christus Jezus is. 2 Thim. 3: 15,

Maar daar verscheen na vier duizend jaren Jezus zelf als het ff oord op de verduisterde aarde. De duidelijkste en Gode-waardigste- leer stroomt van zijne lippen; de verhevenste, tot dus ver verborgene waarheden worden door Hem opengelegd. Geen wonder, want Hij was de waarheid zelf, en alle de schatten der wijsheid en der kennis waren in Hem verborgen. Col. 2: 3. Ruwe en ongeletterde menschen moesten dus ook in verbazing uitroepen: » Nooit heeft een mensch alzoo gesproken, gelijk deze mensch." Joh. 7: 46. Maar niet alleen door zijne leer, door zijn spreken, maar ook door zijn' eigen' Persoon, door zijn wezen en werken en handelen zelve was Hij het waarachtige licht; ook daardoor heeft Hij ons God verklaard. Als het Beeld van den onzienlijken God, straalde op Hem de heerlijkheid en majesteit af,

Sluiten