is toegevoegd aan uw favorieten.

Acta der Conferentie van gecommitteerde kerkeraadsleden, gehouden te Amsterdam in het lokaal Frascati, op Woensdag 11 April 1883, van des Voormiddags 10 tot des Namiddags 4 uren

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hierop sloot de Voorzitter de discussie, en werd de resolutie met bijna algemeene steramen aangenomen.

Nu kwam aan de orde, de zesde resolutie der eerste reeks. De Voorzitter stelde voor deze resolutie, die in drie deelen uiteenvalt, in drieën te behandelen. Ze luidde aldus:

Ten zesde zijn zij van gevoelen, dat de nadere bepalingen ter uitvoering van dit besluit niet voor alle Kerkeraden dezelfde kunnen zijn, daar dit verschilt in Kerken met en zonder Kiescollege ; weshalve voor de uitvoering slechts deze algemeene regelen kunnen worden aangegeven:

1°. overmits geen opziener aan zijne medeopzieners eene verplichting mag opleggen, waaraan hij niet tevens zich zeiven gebonden acht, zoo houden de Opzieners der gemeente onzes Heeren Jesu Christi het voor noodzakelijk, dat men beginne met zelf in zijn eigen Kerkenraad de drie Formulieren te onderteekenen;

2°. oordeelen zij, dat de onderteekening van de drie Formulieren door een beroepen Dienaar des Woords het geschiktst kan geschieden ten overstaan van eene vaste commissie uit den kerkeraad, daartoe expresselijk benoemd, en wel alvorens hij in zijn dienstwerk worde bevestigd;

en 3°. dat de onderzoeking of een candidaat of predikant, dien men wenscht te beroepen, tot zulk een onderteekening bereid zal worden bevonden, het geschiktst ware op te dragen aan deze zelfde commissie, opdat er geen valsche schijn van trouw ontsta, indien, nadat de Kerkeraad zoodanig besluit genomen had, het moderamen des Kerkeraads door onachtzaamheid het liete verkwijnen tot een doode letter.

Het 1ste punt is zonder discussie aangenomen. Op het 2de punt, zegt de Voorzitter dat deze bepaling, die voor dorpskerkeraden eenen zeer eenvoudigen vorm aanneemt, voor kerkeraden van steden waarin de praesides afwisselen en niet altijd even accuraat zijn, hoog noodig is.

Na eenige opmerkingen en vragen der broeders Ploos van Amstel, Veeloo, Vrolijk en Wagenaar, loopende over het tijdstip der onderteekening, voor of na de bevestiging, dadelijk bij het onderteekenen van den beroepsbrief, volgens Ploos van Amstel, of doordat, zooals broeder Veeloo wilde, in den beroepsbrief eene formule werd ingevoerd, ging men, nadat nog op een vraag van Dr. Wagenaar: met welk onderteekeningsformulier men moet onderteekenen, door den Voorzitter geantwoord was: Met dat formulier dat elke kerk het best acht, — over tot stemming. De tweede alinea werd onveranderd aangenomen. Bij het 3de punt merkt de Voorzitter aan, dat dit punt niet van alle kanten hier kan bezien en behandeld worden. Er blijven altijd gevallen waarin men bij onwil van predikanten en colleges niet zou kunnen voorzien.