is toegevoegd aan uw favorieten.

Christendom en cultuur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is, dat de Zoon van God mensch wordt naar lichaam en ziel. Hij daalt in de wereld van het geschapene af. Hij vereenzelvigt zich met haar. Hij onderscheidt scherp tusschen het zondige in de wereld als gevolg van 's menschen willekeur en tusschen de wereld zelve als schepping Gods. Het eerste komt Hij vernietigen om de laatste te vernieuwen. Een zelfden toon voert de prediking zijner apostelen. Zij leven in eene wereld, die wel waarlijk in het booze blijkt te Het geheele leven, dat van het gezin, de maatschappij, den staat, de beschaving, is van heidenschen zuurdeesem doortrokken, en dus ongoddelijk, onheilig, ontaard. Hoor Johannes toornen tegen de wereld, en daarmede tegen alles wat niet uit God is. Zie hoe Paulus de hand opheft tegen de wetenschap en de beschaving, die gezegd worden in°de hoofdsteden van Griekenland en Italië, Corinthe en Rome, te bloeien, en beide juist in zijne brieven aan die gemeenten in hare holheid en verrotting ten toon stelt. Toch belet de werkelijkheid hun niet het ideaal vast te houden. In beginsel, en dus in hope, behoort de wereld Gode toe. „Geen ding is onrein in zich zelf". „Alles is het uwe, doch Gij zijt van Christus, en Christus is Gods" ').

De Christelijke kerk wordt in hare ontwikkeling voor den ontzaglijken eisch gesteld deze beginselen toe te passen. Zij moet onderscheiden tusschen de wereld in haar gezonken toestand en deze wereld als in Christus voor God heroverd. Mede door den loop des tijds wordt als vanzelf de betrekking tusschen de cultuurwereld en de Christelijke Kerk nauwer, en zij roept te luider om regeling naarmate de Kerk zich allengs uit het Jodendom naar het heidendom verplaatst, een geslacht van geboren Christenen opgroeit, ontwikkelden zich bij haar gaan voegen en zij door de politieke omstandigheden geroepen wordt eene vaste positie in de bestaande wereld in te nemen. Dat zij hierbij veelszins gefaald heeft en ten slotte maar al te zeer met deze wereld zelve verwereldlijkt is wij mogen het betreuren en misprijzen, maar toch het oog niet sluiten voor de uiterst moeilijke problemen, waarvoor de oude Kerk werd geplaatst. Bepaaldelijk in de 4e eeuw, toen het Christendom eene wereldmacht begon te worden en het niet zoozeer ging cm het bestaan, het geduld

!) 1 Joh. 2; Rom. 1, 14 : 14; 1 Cor. 1, 3 : 21 v.v