Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat wij reeds wraakten in de uitdrukking secularisatie, emancipatie, anthropokratie. Wij hebben de strekking daarvan aangewezen in de cultuur der oudheid, der renaissance en die van den modernen tijd. Niet schepping — natuur geldt daarbij als de grondslag der cultuur. Niet wedergeboorte — ontwikkeling is de leus. Men verwijt het Christendom, dat het de as van het werkelijke leven verplaatst heeft naar eene denkbeeldige sfeer, buiten den mensch en de wereld, en dus aan het leven zijne zelfstandigheid ontroofd. Voor deze cultuur vertegenwoordigt het Christendom eene fase van ontwikkeling, indien al eene, die geacht moet worden voorbij te zijn, omdat de volwassen mensch inziet, dat alles is en geschiedt door immanente krachten; het is kinderlijk de oorzaak der verschijnselen ergens daarbuiten te zoeken en te symboliseeren tot eene zelfstandige kracht of persoonlijke godheid. Voor deze cultuur is het Christendom niet meer dan een surrogaat, wellicht van waarde voor hen, die de cultuur nog missen, in elk geval waardeloos voor hen, die haar bezitten. De rijmspreuk van Göthe spreekt boekdeelen:

„Wer Wissenschaft und Kunst besitzt

Hat auch Religion;

Wer jene beiden nicht besitzt

Der habe Religion".

Wij hoorden haar, beurtelings in naam van een natuurwetenschappelijk en een socialistisch getint monisme, herhalen door hackel en Mevr. Roland Holst. Göthe drukt zich zachter uit dan deze beiden, maar in den grond der zaak willen zijne regels toch niets anders zeggen, dan dat de godsdienst iets onwezenlijks is, op zijn best iets primitiefs, dat tot de natuur behoort en met haar door de cultuur wordt verzwolgen.

Als wij deze zelfgenoegzaamheid der cultuur in naam van het Christendom wraken, kunnen wij niet beter doen dan, uitgaande van de idealen der cultuur zelve, de ongenoegzaamheid daarvan aan te wijzen. De cultuur wenscht de harmonische ontwikkeling van alle vermogens der ziel en sferen des levens. Maar wij vragen, of deze harmonie langs zuiver immanenten weg, d. i. als proces van zelfontwikkeling, mogelijk moet worden geacht. Als wij ons houden aan de leus der cultuur: harmonische ontwikkeling, rijst onmiddellijk de vraag: welke norm kan de cultuur hierbij aan

Sluiten