is toegevoegd aan uw favorieten.

Christendom en cultuur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het einde is, en er geen God is om alle tranen van alle oogen af te wasschen — ik gek zou worden".

De nevensstelling van Christendom en cultuur is niet mogelijk. Zij verloopt vanzelf tot de tegenstelling, die Schleiermacher ducht, en die LUCRETIUS wenscht. Maar zoowel de vrees van den een als de spot van den ander bewijzen, dat eenerzijds de ernst, die het belang van Christendom èn cultuur gevoelt, zich tegen haar moet verzetten, terwijl slechts de oppervlakkigheid, die de waarde der eeuwigheidsbehoefte miskent of loochent, zich — voor hoelang? — met het betrekkelijke vergenoegt, maar daarvoor dan ook alle ware harmonie prijsgeeft.

Eene positieve verhouding is dus noodig. Hierbij kan het Christendom niet als element der cultuur worden aangemerkt. Het moge waar zijn, dat de eeuwigheidsbehoefte den mensch ingeschapen is en dus mede de ontwikkeling van dezen factor van het zieleleven de cultuur moet voltooien — het Christendom laat zich niet tot een factor der beschaving besnoeien. Het behoort tot eene hoogere orde; het is van goddelijke afkomst. De cultuur, die slechts vormt wat in de natuur gegeven is, kan het Christendom niet omvatten, dat immers schept wat niet is en vernieuwt wat bedorven was. De cultuur moge dus aan het Christendom stof en middelen verschaffen — het Christendom zelf behoort daartoe niet. Het is niet van deze wereld.

Daarom kan men ook niet volhouden, dat het Christendom zonder meer de cultuur in zich bevat. Het moet in deze bedeeling critisch blijven staan tegenover het natuurlijke leven ook in zijn meest gecultiveerden vorm, in afwachting van de groote krisis, die de tegenwoordige wereldbedeeling tegemoet gaat. Wèl zal het, naarmate het zich meer bewust wordt van zijn inhoud en strekking als toepassing van zijn levensbeginsel: het feit der menschwording — meer beslag leggen, ideëel altoos, en naar tijd en omstandigheden ook reëel, op de geschapen wereld in al hare sferen, om deze te zuiveren en te bezielen door heilige levenskracht.

Wij pleiten dus voor de synthese van Christendom en cultuur in naam van de eer en het belang van beide. Als dan ook PlERSON in het besef van de zelfgenoegzaamheid der' cultuur het Christendom uitdaagt en roept: „Wij werpen u den handschoen toe. Hier is het humanisme; het rijk van