Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eigenaardigheden moet de aandacht gevestigd worden.

In de eerste plaats treft ons in wat ons gegeven wordt als zijn prediking een zeer duidelijk uitgesproken communistische trek en daarnaast een levendige verwachting van de komst van Gods koninkrijk.

Ook in wat ons overgeleverd is omtrent het leven der eerste Christenen komen beide eigenaardigheden helder aan den dag.

Hiermee is natuurlijk allerminst beweerd, dat het oorspronkelijk Christendom niets anders zou zijn dan een maatschappelijke beweging, geboren uit maatschappelijken nood met maatschappelijke idealen, gehuld in religieuse vormen, of dat er in het nieuwe testament zoo iets zou gevonden worden als een maatschappijleer en dat, wie eenig maatschappelijk stelsel als het beste voorstaat, zich daarvoor op evangelische uitspraken zou kunnen beroepen, maar dat er communistische gedachten in worden uitgesproken, staat wel buiten twijfel. Gewezen kan worden op de telkens weer nadrukkelijk naar voren gebrachte uitspraak, dat God aller Vader en de menschen elkanders broeders zijn, op het zalig prijzen der armen, op de vervloeking van allen Mammondienst, op het „wee u" tegen de rijken, op het verhaal van den rijken jongeling, op het brengen van het evangelie aan de armen. En al mag de werkelijkheid heel wat verschild hebben van het ideale beeld, dat de Handelingen der Apostelen ons teekenen van de eerste Christelijke gemeente, het feit, dat ze met blijkbare ingenomenheid zóó werd voorgesteld, leert duidelijk, wat in die kringen als hoog en zuiver, als Christelijk werd gevoeld.

„En de menigte van degenen, die geloofden, was één hart en ééne ziel, en niemand zeide, dat iets van hetgeen hij had, zijn eigen was, maar alle dingen waren hun gemeen" *).

*) Hand. 4 : 32.

Sluiten