is toegevoegd aan je favorieten.

Hedendaagsche moraal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij ten slotte rusten in den wil van maatschappij of staat. Want als de zedewet, als heel de inhoud van het geweten en dit geweten zelf niets oorspronkelijks is, maar historisch en psychologisch te verklaren is, dan verliest het alle onschendbaarheid en heiligheid. Wie weet, zegt Paul Ree, de vriend van Nietzsche, op dit standpunt terecht, hoe menschelijk het bij het ontstaan van het geweten en van zijn inhoud is toegegaan, laat alle vrees varen, om een van zijne geboden te overtreden. En dat niet alleen. Maar als de zedewet slechts een menschelijken oorsprong heeft, met welk recht decreteert dan de maatschappij voor den enkele, wat goed en kwaad, wat waar en onwaar is? Van zedelijke verplichting is er in de moraal der evolutie geen sprake meer. Op de vraag naar het recht der moraal is er ten slotte, ondanks alle verwijzing naar historische omstandigheden en sociaal milieu, slechts één antwoord meer over, en dat is: het recht van den sterkste. Maar wat zal men dan zeggen tegen hen, die in naam van datzelfde recht de superioriteit eischen voor mannen als Caesar Borgia en Napoleon, voor de kunstenaars en genieën, voor de Kr aft naturen" en „l ebermenschen" ? Welke weerlegging zal men dan stellen tegenover de bewering van hen, die in de artiesten de uitverkorenen, de zaligen, de goden onder de menschen zien, en alle anderen als schapen beschouwen, wier bestaan zijn doel vindt in het voortbrengen en onderhouden der weinige mannen van kracht ? Een redelijk schepsel kan zich niet gevangen onder zulk eene sociale onredelijkheid. De autonome moraal van Kant heeft in de negentiende eeuw tot de ontkenning der moraal geleid. Indien er voor de zedewet geen hooger dan menschelijk gezag is aan te voeren, is het met haar recht en waarde gedaan.

Dan alleen komt er kinderlijke onderwerping en ge-