Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het verleenen van de licentia docendi door den kanselier en de inceptio, de formeele en plechtige opneming in het corps van leeraren. Ofschoon deze laatste nu op zichzelf terstond op het ontvangen van de licentia docendi had kunnen volgen, verliep er toch al spoedig een geruime tijd tusschen. Het licentiaat werd daardoor een eigen graad naast het doctoraat. En dit laatste was dikwerf niet dan tot hoogen prijs te verkrijgen. De kosten waren natuurlijk op zichzelf niet zoo groot, maar het werd allengs gewoonte, om bij die gelegenheid geschenken en maaltijden te geven aan professoren en studenten, zoodat de kosten soms in de duizenden liepen en paus Clemens V in 1311 bepaalde, dat de kosten de vijfduizend gulden naar onze munt niet mochten te boven gaan. Vele geleerden oordeelden daarom, dat het dwaas was, om op die manier naar een titel te jagen, die bovendien nog zoo weinig waarborg van degelijke wetenschap gaf. *) Want er mochten professoren zijn, die naam en eer te lief hadden om een winstbejag van de promotie te maken; er waren andere, die om studenten te lokken, geschenken te ontvangen en van overvloedige maaltijden te genieten, in de uitreiking van de doctorsbul bijzonder vrijgevig waren. Zelfs pausen maakten soms van het recht der graadverleening eene bron van inkomsten, al waren de door hen gecreëerde doctores bullati bij de rite promoti in zeer geringe achting. **) En toen ook de universiteiten evenals en nog meer dan de dom- en kloosterscholen in vorige dagen tot een treurig verval kwamen, werd de doctorsnaam, in een ledigen titel ontaard, van al zijn glans en eere beroofd.

Het kan niet bevreemden, dat er van verschillende zij-

*) Kaufmann t. a. p. I 358 f II 280 f. 301 f.

**) Kaufmann t. a. p. II 202. Rashdall t. a. p. II 750.

Sluiten