is toegevoegd aan uw favorieten.

Onze kranken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat hun moed en hope geeft op God, van Wien alléén hunne hulpe komen kan.

Brengt de krankheid mede dat zij licht prikkelbaar of neerslachtig zijn, temeer is het noodig, dat er bezielende blijmoedigheid zij in de hulp die men hun biedt, en dat zij gedurig gewezen worden op Gods goedheid, die in eeuwigheid duurt over die Hem vreezen. Men moet niet telkens naar hun toestand vragen en zoo hen gejaagd maken, noch overbodig beklagen, maar veeleer hen opwekken, dat ze stil buigen voor God in al Zijn doen, en vrede met Hem maken, die ons met zichzelven verzoent in Christus. Deze „hope der heerlijkheid" moet weldadig stralen in de donkerheid der krankheid.

Wij moeten dus onze kranken niet alleen de noodige frissche lucht geven in hun kamer, maar bovenal hun zielen leeren ademen in de gemeenschap Gods, opdat zij in leven en sterven leunen op Zijne genade in Christus.

Wat de vrienden van den geraakte deden in Markus II, is voor de ziekenverzorging zoo schoone leiddraad, daar zooveel te meer ouders en bloedverwanten elkander geestelijkerwijs moeten „opnemen en voor Jezus neder leggen."

„Maar . . . zegt iemand wellicht „dat is ieders werk niet, en geestelijke gesprekken vlotten zoo weinig!"

Juist daarom kan een krankbed in een gezin zoo heilzaam beschamend wezen, zoo ontdekkend voor 't eigen hart in zijn geestelijke gebreken, en veroordeelend voor den dagelijkschen levenstoon onder huisgenooten. Of, leven wij allen niet voor de eeuwigheid ? Kan het opgeroepen worden niet dagelijks voorkomen ? En als wij dan niet bekwaam zijn tot onderlinge voorbede, niet geschikt om elkander toe te spreken in getrouwheid, (wat zoo heiliglijk van een iegelijk geëischt wordt), ligt daarin niet een ernstige aanklacht ? Het leven is geen spel, maar een heilige kunst; er moet geleerd worden door en voor God te leven en zalig in God te sterven. Duizenden helaas kennen den ernst van 't leven, zoomin als van 't sterven; deswege roept de krankheid, dat men leere gemeenzaam te verkeeren met den Heere, dien wij in alles noodig hebben, en met wien elk te doen heeft, want zonder dat is ons hart en ons huis nog niet, wat het wezen moet voor God.

De valsche pleisters moeten bij de rechte ziekenverzorging