is toegevoegd aan uw favorieten.

"Onvereffenbare verschilpunten", wederlegd en vereffend

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stam van Levi afgezonderd voor den geheelen dienst des heiligdoms (vgl. XXXI : 9) Zoo heeft ook volgens Deutr. X: 2 en 9 de gansche stam van Levi de bevoegdheid om te zegenen. Num VI: 23-27 alleen Aaron en zijn zonen»

In Deutr. X: 8, 9 wordt ons de dienst der Levieten nader omschreven: «om de ark des Verbonds des Heeren te dragen»; (in het bijzonder het werk der Koliathieten)» om voor het aangezicht des Heeren te staan» d.w.z. bestemd zijn tot dienstknechten Gods. gelijk dan ook volgt «om Hem te dienen» n.1. als helpers van de priesters, (Num. III:6) voornamelijk op de hooge feesten, en óók wanneer 't soms gebeurde, dat veel particuliere offers te gelijk tot den Voorhof gebracht werden. Zij hielpen dan in 't slachten der offerdieren, het aftrekken van de huid, het wegnemen van de ingewanden, i e. w. zij maakten de offerdieren gereed voor het bestemde doel.

Doch alle eigenlijke priesterlijke werkzaamheden waren hun, op doodstraf, verboden. ( Vgl. 2 Kron. XXX\ :11). Zij waren verder portiers bij het Heiligdom, en dorpelwachters , opdat geen onreinen of vreemden zouden naderen. Anderen waren zangers en speellieden in den Voorhof, en ten slotte waren ze ook nog geroepen om het volk te onderwijzen in de wet des Heeren.

Als U nu nagaat de beteekenis van het Hebreeuwsche stamwoord hier (Deutr. X : 8) door «zegenen» vertaald, («en om in Zijn naam te zegenen) wat U in verband met Num. VI : 23—27 hier een «onvereffenbaar verschilpunt» deed vinden, dan zal het U blijken, dat het Hebreeuwsche woord ook de beteekenis heeft van roemen, God loven; in Gods naam zegen toewenschen; zegenend verwelkomen; gelukkig prijzen; het offer zegenen d. w. z.