is toegevoegd aan uw favorieten.

Kautsky's opvatting van het oudste Christendom aan de bronnen getoetst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitingen te zien van een revolutionairen geest, is daarentegen gezocht, en bepaald fantastisch worden Kautsky's gissingen, als hij in de scène van Jezus' gevangenneming een door de officiëele kerkelijkheid verdonkeremaand bericht aangaande een „Handstreich" meent weer te vinden, „waartoe de tijd gekomen scheen, nadat de verdrijving der bankiers en kooplui uit den tempel was gelukt" (S. 387).

Ter verklaring van het schoone woord uit de bergrede : „Zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijne gerechtigheid en dat alles zal u worden toegevoegd", durft Kautsky zeggen, dat de Christenen naar Gods heerschappij, d. w. z. naar hunne eigen heerschappij moeten streven, dan zal hun alles ten deel vallen wat zij noodig hebben; want dat rijk Gods werd zeer aardsch gedacht (S. 365). Zijn genot is tafelgenot (S. 376 f.). Wij kunnen nauwelijks gelooven, dat Kautsky hier in ernst spreekt. En als hij dan ten overvloede het rebellisch karakter van Jezus wil bewijzen uit diens woord: „Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaren" (Mk. 2 : 17) en daartoe „rechtvaardigen" opvat als „wetlievenden" en „zondaren" als „de volkslagen, die zich tegen de wet verzetten", dan ligt de tendenz er wel wat dik op.

Ik wil niet ontkennen, dat er in het Nieuwe Testament trekken voorkomen, als waarop Kautsky in zijn boek bij voorkeur de aandacht vestigt: verachting van den Rijkdom, van het Familieleven, van Gezag en Staat; maar ik durf beweren, dat Kautsky als elke ketter z ij n e letter zich uitkiest met voorbijgang van andere en daarop dan eenzijdig den nadruk legt, daarenboven dikwijls ten onrechte aan een sociaal verschijnsel denkt, waar toch eigenlijk van iets zuiver godsdienstigs sprake is. Religie en politiek worden hier verward en, ten koste van de veelzijdigheid van het oudste Christendom, ontvangt ééne schakeering daarvan uitsluitend het volle licht. Toch zal het in de allereerste plaats wel eene gemeenschap van vromen

110