is toegevoegd aan uw favorieten.

Memorie van consideratiën, ten dienste van het Provinciaal kerkbestuur van Noord-Holland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meene kerkeraad zijne bevoegdheid te buiten, waartegen het Classikaal bestuur had moeten opkomen. Intusschen dat heeft het niet tijdig gedaan, eer het door zijne berusting als wettig erkend. Maar dan vervalt de laatste schijn, dat in het stemmen voor of over bevoegdelijk in stemming gebrachte voorstellen vergrijp in de uitoefening van het recht of liever van den plicht om mede te stemmen gelegen zou kunnen zijn. Zoo iets onzinnigs wederlegt zich zelf.

Of zal het besluit van het Classikaal bestuur van den 21ste» December zoo moeten worden uitgelegd, dat onder de daarbij vernietigde Kerkeraadsbesluiten ook dat van den 7Jen December begrepen is? Zoo ja, wordt de zaak des te ingewikkelder, dewijl in dat geval de voorstemmers van 7 en niet van 14 December provisioueel geschorst en tot ontzetting uit hunne kerkelijke bedieningen hadden moeten zijn voorgedragen. Het feit toch van te hebben voorgestemd op 7 is een gansch ander dan dat van te hebben voorgestemd op 11 December. In het besluit van het Provinciaal bestuur van den 2tisten Januari is uitsluitend van het laatste sprake; het noemt zijne toepassing van Art. 47 Reglement voor Kerkelijk Opzicht en Tucht gegrond op „de overweging, dat het Classikaal Bestuur van Amsterdam terecht heeft geoordeeld, dat allen die bij de eindbeslissing gestemd hebben voor de wijzigingen onder protest goedgevonden in de vergadering van den Algemeenen Kerkeraad van den 14de» December hebben gehandeld tegen bepalingen van art. 3, al. 2 van het Regl. van Kerk. opzicht en tucht," en draagt, doende wat des Kerkeraads is, al de stukken tot die zaak betrekkelijk aan de Algemeene Synode over. In hare uitspraak van den 9Jen Maart beveelt de Synode aan het Provinciaal Kerkbestuur „al de op de zaak betrekking hebbende stukken door zijne tusschenkomst te verzenden naar het Classikaal Bestuur van Amsterdam, opdat dat bestuur, zoo het oordeelt, dat raar art. 47 van het Regl. voor Kerldijk opzicht en tucht de zaak tot ontzetting zou kunnen aanleiding geven, haar met alle daartoe betrekkelijke bescheiden verzeilde naar het Provinciaal Kerkbestuur, om door dit Kerkbestuur in eersten aanleg berecht te wordeiiHierin kan thans geen verandering meer worden gebracht; het eene feit mag niet met het andere verwisseld, en eene tuchtzaak tegen de voorstemmers van 7 December geschoven worden in de plaats eener tuchtzaak tegen de voorstemmers bij de eindstemming van 1 1 December. Ja, acht men in het besluit van 7 December het oorspronkelijk vergrijp gelegen, allen, die hetzij met voor hetzij met legen aan de eindstemming hadden deelgenomen, zonder zich als Ds. Ternooy Apèl onder protest te onthouden, hadden als even schuldig provisioneel geschorst en tot ontzetting uit hunne bedieningen voorgedragen moeteu zijn. En in elk geval