Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vonden zij die rechtsbeschouwingeu merkwaardig genoeg om ze onder de aandacht van de Synode te brengen.

Het Classikaal bestuur vlamt van verontwaardiging over „de te laste legging, dat het de voorloopige schorsing zon gebruikt hebben als zet op het schaakbord van den kerkelijken partijstrijd." Toch vindt men in zijn schrijven van den 15<len Maart niet anders terug dan vrij duistere en voor het onderzoek, welke kerkelijke verordeningen door de besluiten van 14 December zouden overtreden zijn, volstrekt nuttelooze polemiek tegen een doctrinaire onderscheiding aangaande de dubbele qualiteit van den Algemeenen kerkeraad, voorgesteld in die zoo weinig ter zake doende Contramemorie, en wijders eenige gramstorige uitvallen tegen onze kwaadwilligheid en booze bedoelingen.

Het Classikaal bestuur — dit is in zijne schrifturen schering en inslag, — verdenkt ons, dat wij zwanger gingen van het plan om weldra de gehoorzaamheid aan de kerkelijke verordeningen op te zeggen, ten einde zooals het zich uitdrukt, „eene nieuwe Kerkelijke gemeenschap te stichten." De besluiten van den 14'lc» December moesten dienen om de volvoering van dat plan voor te bereiden. Het vervolgt ons, niet wegens hetgeen wij gedaan hebben, maar wegens hetgeen het meent, dat wij voornemens waren en, niet tijdig voorkomen, later dus stellig zouden hebben gedaan.

Wij hebben ons hieromtrent niet te verantwoorden en kunnen redeneeren, als waren de verdenkingen van het Classikaal bestuur volkomen gegrond. Een tuchtmiddel, evenals eene burgerlijke straf, behoort repressief, .niet preventief te worden toegepast. Het Classikaal bestuur had, ui ons op dit punt schuldig te verklaren, rustig moeten afwachten, totdat wij ons boos opzet volvoerden. Nu handelde het niet als rechter. maar deed van zijn standpunt een coup d'état en stelde ons buiten gevecht naar la loi des suspects. Dan natuurlyk zijn wij de ondeiliggende partij eu kunnen de poging om ons te verdedigen sparen. Wij staan dan voor Diotrephes te recht.

En wegens de booze plannen, die men vermoedt, dat wij zouden hebben gekoesterd, doch die wij niet hebben ten uitvoer gelegd, kan men ons te minder bemoeielijken, omdat wij slechts gebruik zouden hebben gemaakt van ons recht, als wij werkelijk hadden gedaan, wat men vooronderstelt, dat wij zouden hebben willen doen. Geen Koninklijk besluit kan aan de ingezetenen verbieden, de geldigheid van een algemeenen maatregel van inwendig bestuur tegen te 'spreken en veeg stond het met de Synodale reglementen geschapen, wanneer men ze alleen kon handhaven, door ieder den mond te snoeren, die daartegen, waar het behoort, zijne stem mocht durven verheffen. Toen in 1845 een lid der Zutfensche gemeente tot bij den Hoogen Raad de

Sluiten