is toegevoegd aan uw favorieten.

Prins Willem van Oranje

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

steden om ze in alle opzichten voor te staan, zelfs ten nadeele van de andere provinciën, dan raadslieden in de gemeene zaak." Bovendien, als zij zelf al van goeden wille waren, dan bleken zij geen volmacht te hebben van hun lastgevers en moesten ze die weer raadplegen. Vandaar bijna altijd „des résolutions ou con# traires ou imparfaites". Algemeene belastingen kwamen slecht binnen en elke provincie of stad meende ze te mogen gebruiken a cequ'il a pensé luy estre particulièrement prouffictable." Van de plicht van de ééne provincie, die vrij van den vijand was, om de andere te helpen, die aangevallen werd, gevoelde men maar weinig. Het is slechts een deel van het zondenregister, dat hij den Staten#Generaal op het einde van 1579 voorhield. De Generale Unie kraakte reeds bedenkelijk. Parma, een even be# kwaam veldheer als staatsman, bedreigde haar toen van buiten met zijn leger en ondermijnde haar door zijn diplomatie. In het begin van het jaar waren reeds op grond van de Unie van Atrecht eenige Waalsche gewesten afgevallen; in het Noorden had zich binnen de Generale Unie een Nadere Unie gevormd, de Unie van Utrecht.

Het denkbeeld van deze Nadere Unie is van den Prins uit# gegaan, heeft althans waarschijnlijk door hem zijn eersten vorm gekregen. Ze zou de Generale Unie van binnen moeten stutten. Bedoeld was niet, zoo leest men in de oorkonde van de Unie van Utrecht, om zich van de „Generael Unie bij de Pacificatie tot Ghendt gemaeckt te scheyden, maer om dezelve noch meer te stereken". Toch had het nieuwe Unietractaat in het Noorden — aan de Zuidelijken is het niet voorgelegd, ofschoon wel enkele steden en deelen van Vlaanderen en Brabant zijn toegetreden — na langdurig overleg een gedaante gekregen, waardoor het on# danks enkele geruststellende clausules voor de Katholieken geschikt geworden was voor een Calvinistischen verdedigings# bond. Zeker lag dit ook in het plan van 's Prinsen broer, Jan den Oude, die hierbij de leiding gehad heeft. Zijn woedende uitval eens tegen bezwarenmakers „Salft ende smeert u met de Pacificatie", verried zijn gezindheid. Eenige maanden heeft ten slotte de Prins geaarzeld, of hij zelf zich nog bij den nieuwe Unie zou aansluiten. Ze heeft inderdaad de scheuren, die van den aanvang af door de Generale Unie liepen, tusschen Calvinist en Roomsch, tusschen Holland met Zeeland en de overige ge# westen, tusschen Noord en Zuid, duidelijker zichtbaar gemaakt en tot breuken verwijd. Ik zal U niet vermoeien met de be# schrijving van de wonderlijke staatkundige figuur, die nu ontstond.