is toegevoegd aan uw favorieten.

Aan Dr. A. Kuyper

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schelijkheid van herziening. Toen was het reeds zeker, dat èn de meerderheid der Kamer èn, daaronder, een goed deel der antirevolutionairen over hun bezwaren niet zouden kunnen heenstappen, en dat dus, zoo do hoer Tak niet toegaf, de wet moest vallen. Toch poogde ik nog het door U gowenschte doel te bereiken, niet door den Minister een onmogelijken eisch te stellen, door hem nl. te vragen cene andere grondwetuitlegging te aanvaarden dan die hij de juiste achtte, maar door ook hem er op te wijzen dat het hier eene uitlegging gold van de Grondwet, en dat dus, zoo het daartoe geroepen college eene andere tneening huldigde dan hij, hij zelf, zonder eenige beginselverzaking, 11a intrekking der wet een wijziging van art. 80 kon voorstellen, tegelijk niet een zich daarbij aansluitend additioneel artikel. Het was niet twijfelachtig dat deze herziening nog kon en ook zou worden afgehandeld vóór het uiteengaan der Kamer in 1895. Maar ook dit voorstel mocht evenmin Uwe instemming als die van de Regeering verwerven. Toen dus de te verwachten katastrofe plaats greep werd, 0111 Grondwetherziening te vermijden, er alles aan gewaagd ter verkrijging van een nieuwe Kamer in Takkiaanschen geest. Er was een Kamer die, omdat zij in 1895 toch uiteenging, waarschijnlijk nog al handelbaar zou zijn bevonden. Thans krijgt men een Kamer die óf blindelings meegaat met den nieuwen premier, óf, 11 u zij vier jaren zitting heeft, onhandelbaarder zal blijken dan de vorige!

Ik herinner aan dit alles, om te doen zien waardoor en door wiens toedoen het oponthoud is ontstaan waarover nu geklaagd wordt, en of het juist is hen die grondwettige bezwaren aanvoerden van obstructionisnie te verdenken, ja als van zelf sprekend aan te nemen, zooals in de antirevolutionaire en radicale pers voortdurend gedaan is, dat die bezwaren niet ernstig waren gemeend.

I11 het voorgaande beschreef ik de verschillende hoofdbezwaren die van antirevolutionaire zijde tegen „de plannen" van den Heer Tak van Poortvliet, zoowel tegen zijne