is toegevoegd aan uw favorieten.

Aan Dr. A. Kuyper

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pal stonden voor wat hun toescheen de juiste uitlegging t eiGrondwet te zijn naar huis gezonden, en een beroep gedaan op de kiezers. Waarover deze geroepen werden te stemmen heeft zij wijselijk verzwegen. Waarover zij zouden stemmen wist de Minister. Voor do kiezers toch was de quaestie: al- of niet finale uitbreiding. De Grondwetquaestie liet hun koud, wat ook natuurlijk is, want niet zij hebben den eed op de Grondwet afgelegd; niet hun komt de beslissing over de uitlegging der Grondwet toe; zij mogen zelfs mannen afvaardigen die het met de Grondwet niet eens zijn. Ook kunnen zij eene quaestie als deze niet beslissen, daar het voor hen onmogelijk is van al het voor en tegen ook maar ter loops kennis te nemen, veel min het zelf te onderzoeken.

Ik weet wel dat Gij op do ontbinding in 1866 als op een antecedent gewezen hebt 1). Maar gold het daar niet een juist omgekeerd geval? Toen beweerde de Regeering dat de Kamer zelve de Grondwet had geschonden, en schoot haar niets anders over dan te trachten een andere Kamer te doen optreden. Indirect ook moesten, dit is zoo, de kiezers aan hunne keuze het oordeel over eene staatsrechtelijke quaestie, nl. over de verhouding tusschen Kroon en Staten-Generaal, dus over een constitutioneel beginsel, ten grondslag liggen. Over die quaestie — waaromtrent het volk in zijn geheel een oordeel behoort te hebben -- behoefde echter niet te worden beslist, want aan de nieuwe Kamer werd die vraag niet eens ter beslissing voorgelegd. Thans evenwel worden de kiezers geroepen, niet om mannen te vervangen die, zooals in 1866, in de oogen der Regeering de Grondwet geschonden en inbreuk gemaakt hadden op de rechten der Kroon, want van Grondwetschennis door de Kamer is nimmer sprake geweest; ook niet om over een algemeen staatsrechtelijk beginsel te oordeelen, maar om „te doen wat der .Staten-Generaal is;" om eene positieve wetsbepaling te toetsen aan een positief voorschrift der Grondwet, en om mannen te zenden die vóóraf verklaard hebben bij het uitbrengen hunner stem zich naar de uitlegging der kiezers te zullen gedragen. Gaat dit stelsel door, dan is voortaan niet ééne

1) Standaard n°. 6769.