is toegevoegd aan uw favorieten.

Vier tijdvragen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vinden, experimenteeren, appliceeren — men kan er mede voortgaan zonder eind. Maar zoo wordt de wetenschap toch tot vakwetenschap beperkt. Zij wordt werk, hetzij dan handwerk of hoofdwerk. En hoeveel waarde zij ook zoo moge hebben, wetenschappelijk en menschelijk, als kenmiddel, als werkmethode en als recept — wetenschap in den eigenlijken zin van het woord verdient zij niet te heeten. Want hoe zeer de wetenschap, elke wetenschap, heeft te doen met grenzen en beperkingen, methodisch en zakelijk beide — als zij principiëel niet verder wil gaan en het verband tusschen wetenschap en werkelijkheid, wetenschap en leven, wetenschap en geloof uitsluit, verdient zij den koninklijken naam van wetenschap eigenlijk niet en kan zij niet gelden als de leidsvrouw van de leiders der generatie op den weg naar hooger leven. Mede daarom stelt de wetenschap tegenwoordig zoo velen te leur. Men kan ook, bij gebrek aan antwoord op de vraag naar de bestemming onzer generatie, eene houding aannemen. Wat zal men anders doen? Men moet zich toch ophouden. Men kan zich toch niet laten gaan, inzakken tot een vormloozen hoop teleurstelling. Elke houding beteekent immers een zekeren vorm en stijl van leven en zonder deze gaat het toch niet, zoolang men nog op een menschwaardig bestaan prijs stelt. Allerlei houdingen zijn mogelijk. De ernstige en de lichtzinnige; de waardige en de onwaardige; de cynische, de ironische en de humoristische; de tragische en de heroïsche of de verbinding van beide. De houding staat den mensch, die haar aanneemt, dikwijls goed. Zij schijnt hem te passen. Maar op den duur is zij niet vol te houden. Het is vermoeiend, doodelijk vermoeiend, te schijnen wat men niet is. Zij leidt tot neurosen van allerlei aard. Of zij wordt een tweede natuur, als een masker, waarin de levende trekken zijn versteend. Er bestaan tal van houdingen. Zij worden eerst door de crisis te voorschijn geroepen en daarna dikwijls door dezelfde crisis ontmaskerd.

Ik kan mij zoo goed voorstellen, dat velen, vooral jongeren, door een robuusten werkelijkheidszin worden gedreven in de richting van een wereldbeschouwing, die zich als realistisch aandient. Ik denk aan het beroep op bloed en bodem van het Nationaal-socialisme, of op brood en werk van het Communisme. Het is een werkelijkheid, waarop men zich beroept, zij