is toegevoegd aan uw favorieten.

Vier tijdvragen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niets aldus. Het is werk van Gods Geest. Maar het is toch zóó, dat elke generatie, zooals elk mensch, onmiddellijk staat tegenover God, zóó als zij is. De jonge generatie staat daar met haar jeugd, de oude met haar ouderdom, de moedige met haar moed, de ontmoedigde met haar moedeloosheid. De generaties wisselen, maar het is één en dezelfde God, die voor elke generatie hare bijzondere roeping heeft en deze in verband met de plaats, die zij in zijn geheele bestel inneemt.

Doch bij alle verschil is dit hun gemeen, dat het geloof altijd een wonder is, niet iets natuurlijks; menschelijkerwijze een waagstuk, een keus op leven en dood. In een oud kerkelijk formulier komt de uitdrukking voor, dat wij „onze zaligheid buiten ons zeiven moeten zoeken". Inderdaad, het geloof beteekent een verlegging van het centrum van leven en denken uit den mensch in God. En dit is eene gebeurtenis als van vulcanischen aard; zij komt uit de diepte op. Ik herinner mij iemand, die een cursus van een apologeet had gevolgd en verontwaardigd heenging. Het geloof was zóó aannemelijk, zoo vanzelfsprekend, zoo gemakkelijk en vriendelijk voorgesteld, dat het niets behoefde te kosten, niets van het verstand, noch van den wil. „Zóó wensch ik niet te gelooven", luidde het protest. „Als ik geloof, dan moet dat een daad zijn, een offer, dat mij desnoods alles kost". Deze niet-geloovige had meer besef van het geloof dan menig „geloovige".

Het geloof is geen vanzelfsheid, God is niet een natuurlijke gegevenheid. Helaas, dat het dikwijls zoo geheel anders schijnt te zijn. Het geloof wordt veel te licht opgevat, met God wordt veel te oneerbiedig omgegaan. Om Christen te zijn moet men Christen worden. Het geloof is niet een denk-methode of een manier van spreken en leven — het is een heils-weg, waarop men zijn leven lang gaan moet en deze weg is, volgens het Evangelie, een kruis-weg, waarop ieder zijn kruis moet dragen, achter den Gekruisigde aan. Het geloof is geen spel, maar een strijd. Christus verwacht geen bewonderaars, maar navolgers. Beter één oprechte geloovige dan een groote troep tooneelspelers. Het is mogelijk, dat onze tijd er toe leidt om scherper dan te voren de vraag te stellen, wat geloof en godsdienst, wat Christendom en Kerk eigenlijk beteekenen. Maar al te zeer is het Christendom niet alleen door het heidendom, maar ook door het „Christendom" zelf uitgebannen. Menschenwerk