is toegevoegd aan uw favorieten.

Vier tijdvragen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moet voor Gods werk wijken. God zelf, de levende, moet zich vertoonen; Christus zelf, als de gezondene des Vaders, zijn werk doen.

Misschien beginnen in dezen tijd oude woorden weer nieuwen klank te krijgen: Wedergeboorte — het begin van een nieuw, een ander leven; bidden — niet alleen werken; gelooven — niet alleen weten; verlossing — niet ontwikkeling. En in dit alles de houding van afhankelijkheid, van leven uit hooger hand. Misschien beginnen in dezen tijd oude beelden nieuwe kleur te krijgen: de Heer en de Koning, de Verlosser en de Herder, — welk een kracht en rust kunnen er van uitgaan voor hen, die de behoefte aan bevrijding en leiding beseft.

Hier ligt voor mij de bestemming van onze generatie. Ik zal hierover niet veel meer zeggen. Als gij van mij precies wilt weten, melke deze is, kan ik u geen antwoord geven. Het is mij genoeg, dat er een bestemming is. Zij is er, bij God, en voor ons. Het is niet noodig, dat wij haar in bijzonderheden zien. Het is genoeg, als wij weten, dat zij er is en dat God haar ons laat zien juist voor zooveel wij noodig hebben om koers te houden. Ook hier geldt weer de leus: hooger beroep, d.w.z. vertrouwen op Hem, die het laatste woord heeft. In den Bijbel staat, dat „dengenen, die God liefhebben, alle dingen ten goede medewerken". Hierbij wordt gedacht aan alles wat den mensch in het leven wedervaren kan, lief en leed, tot den dood toe. Maar ik laat deze uitspraak ook gelden ten aanzien van de dingen, die ons herhaaldelijk zijn ontmoet: arbeid, cultuur, wetenschap en zedelijkheid, als de machten, die onze generatie heeft vergood en die velen thans bezig zijn te verguizen. Als ik God liefheb, onttrek ik aan deze liefde niets van wat God mij in dit leven schenkt en opdraagt. Wie arbeid en cultuur, wetenschap en zedelijkheid zóó beziet en opvat, zal ze niet direct dienen, als laatste grootheden en waarden, maar indirect, als grootheden en waarden om Gods wil. Hij zal ze niet verachten, er ook niet mede spelen, maar ze gebruiken, volgens hun aard en zin, zóó als ze op zijn weg komen. Dit klinkt zeer effen, maar het heeft te doen met groote tegenstellingen, die den eisch der zelfverloochening, menschelijk en ook wetenschappelijk, oproepen. Maar ook hier geldt: Wie het doel der goddelijke