is toegevoegd aan uw favorieten.

Vier tijdvragen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r^e vraag, die wij vanavond te bespreken hebben, is een echte vraag en daarom een vraag, die wij allen te beantwoorden hebben. Het gaat erom of „goed leven" niet een minstens even reëel en ernstig levensdoel is als God dienen en of geloof daarom tenslotte niet als een facultatieve en nietvoor-allen-geldige houding beschouwd moet worden. Het gaat erom wat er eigenlijk in het centrum van ons leven behoort te staan: Is dat het goede? Dan is het geloof, hoe belangrijk het ook in andere opzichten moge zijn, een zaak van de peripherie. Of geloof? Dan komt natuurlijk aan het goede slechts een afgeleide beteekenis toe.

De vraag is oud. In zekeren zin hebben de Grieken er onder elkaar al over gestreden en is het later een der groote problemen geworden, die Stoa en Christendom tegenover elkander positie deden kiezen. Maar tevens is de vraag zeer actueel, omdat wij in een tijd leven waarin men op allerlei nieuwe wijzen poogt oude moreele idealen te redden of nieuwe te kweeken zonder den omweg over het geloof te nemen. Onze tijd is immers een door en door moralistische tijd. Nadat de pogingen in philosophie, literatuur en wetenschap om den mensch geheel vrij te maken van principes en idealen en om hem tot een van alle normen gespeende zelf-expressie te brengen een „moreele kater" hadden voortgebracht, is men aan alle kanten met vernieuwden moed aan het moraliseeren gegaan. Daar echter de banden met de moraal van het verleden grootendeels verbroken waren, was het niet mogelijk om zonder meer terug te grijpen op Yictoriaansche of voor-oorlogsche idealen. En zoo hebben wij nu allerlei nieuwe moraalsystemen, die in inhoud zeer van elkaar verschillen, maar die dit gemeen hebben, dat ze op menschelijke, historische gegevens en niet op geloof in God berusten. De verschillende moderne nationale en sociale ideologiën zijn in dit opzicht zeer nauw aan elkaar verwant. Men kan niet zeggen, dat ze alle bewust anti-christelijk zijn, maar wel, dat ze alle de tendentie vertoonen om het geloof naar de peripherie te dringen, omdat zij in hun ideaal van het goede, of dat nu nationale eenheid of maatschappelijke rechtvaardigheid of iets anders is, het ware criterium en het ware centrum van alle menschenleven meenen gevonden te hebben.

Zoo zijn de vragen, die de verschillende soorten moderne