is toegevoegd aan uw favorieten.

Het vraagstuk van den vooruitgang in de geschiedenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En zoo is op allerlei wijze die brandstof opgehoopt: denken we daarbij aan het conflict, dat er gerezen is tusschen Duitschland en Engeland inzake den Bagdadspoorweg, dat de Habsburgsche dynastie door het ontijdig verliezen van den natuurlijken troonopvolger haar eigen verlegenheid gaat voelen en dat het gemengde volk van Oostenrijk-Hongarije uit elkander ,zou kunnen spatten bij dit wankelend gezag, — verstaan we dat de groote nationalistische idee moet versterkt worden, en hoe kan dit beter gebeuren, dan wanneer men gemeenschappelijk oorlog voert met elkander — het belang dus van de keizerlijke kroon — en de aanleiding is gegeven in die Servische verwikkelingen: er zijn Serviërs buiten dat gebied, buiten dat Oostenrijksch gebied, doch er zijn er ook binnen de grenzen, en die Serviërs daarbuiten, ze getuigen van het Al-Servisme, als ik het zoo noemen mag, en binnen Oostenrijk wordt men door deze idee ontvonkt, en nu vreest men terecht voor een element van gisting en van opstand, en daarom moet dat Servië daarbuiten worden vernietigd en de aanslag en de daarop gevolgde dood van dien troonopvolger is er de aanleiding toe. En nu ziet ge gebeuren, wat dan gebeurd is in den afgeloopen zomer: nu ziet ge gebeuren, dat de volkeren zich bij elkander scharen tot den geweldigen volkerenslag; en dat Duitschland daarbij bevreesd was voor Engeland, dat zal zekerlijk in aanmerking komen om te verklaren die gruwelen, die barbaarsche gruwelen, gepleegd in België. — Men heeft dat niet verwacht. Men had zoo gemeend, dat men met Engeland samen de wasreld en de koloniën daarbuiten zou beheerschen, en nu is men teleurgesteld, nu Engeland partij trekt tegen Duitschland en zijn neutraliteit niet wil handhaven.

Engeland — men had erop gerekend als op een vriend, en het is nu een vijand, en we begrijpen, dat het een vijand is, omdat het vreest, dat de jongere broeder sterker zal worden dan het zelf is in de worsteling om de wsereldmacht.

En zoo zijn deze dingen op elkander gevolgd: ze hebben zich ontwikkeld, logisch, — en wie zal het einde van dit alles dingen zien? Wie zal kunnen zeggen, hoe de teerling zal worden geworpen voor de toekomst? Intusschen beleven we die geweldige tragiek, de tragiek van den oorlog...