Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeggenschap hebben, wat „de aanstelling, instructie en bestuur, schorsing, ontslag en salarieering der Hoogleeraren aangaat/' Alle zeggenschap dus aan de Kerken, omdat het was en is en blijft de School der Kerken, als eigene inrichting der Kerken in 1891-92 aanvaard.

Het verband van deze inrichting der Kerken met de Vereeniging bestaat alleen in het onderwijs. Er moet een zekere eenheid van onderwijs zijn aan de Vrije Universiteit, waarin de inrichting der Kerken als Faculteit opgenomen wordt. Welnu, zooveel als voor die eenheid van het Universitair onderwijs noodig is, bestaat er verband met de andere Faculteiten volgens 't voorstel-Bos.

Er is verband tusschen de verschillende wetenschappen. Waar nu de Theologie wetenschappelijk behandeld wordt, gelijk behoort bij de opleiding (zelfs is de Theologie de Koningin der wetenschappen!) is het gewenscht dat èn de wetenschappen met elkander in verband staan, èn dat op wetenschappelijk terrein dezelfde beginselen worden voorgestaan. Het onderwijs in de ééne wetenschap mag het onderwijs in de andere wetenschappen niet ondermijnen; de eenheid der Universitaire wetenschap moet gehandhaafd.

Samensprekingen etc. van al de Professoren in al de Faculteiten zijn dus noodig.

Dat wordt hier verstaan door dat „verband in het universitair onderwijs."

Te zeggen, te beslissen, krijgen daardoor de andere Faculteiten over de ééne wetenschappelijke opleiding tot den dienst des Woords niet. Die inrichting staat, wat benoeming etc. aangaat, niet onder het zeggenschap der Directeuren en Curatoren der Vereeniging voor Hooger Onderwijs, want zij staat alleen onder het zeggenschap der Kerken. Twee heeren tegelijk dienen, gaat niet!

In welke van die beide artikelen wordt nu werkelijk vastgehouden aan het beding, waaronder in 1892 de vereeniging der twee Kerkengroepen tot stand kwam? In welk artikel wordt het recht en de vrijheid der Kerken waarlijk gehandhaafd?

Sluiten