is toegevoegd aan uw favorieten.

Ons kerkelijk Diaconaat of Iets over den omvang van de roeping der Diakenen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De oppervlakkigheid zelve is het, den diaken reeds omdat hij diaken is, beneden een ouderling te plaatsen. Zelfs staat het diakenenambt, wat den tijd der instelling of aanstelling betreft, boven het ambt der kerkelijke ouderlingen, aangezien het eerstgenoemde nog voor het laatste uit het apostolaat is losgekomen, en terstond in zekere mate tot zelfstandige ontwikkeling kwam. *)

Daarmee is natuurlijk een diaken geen ouderling, o neen, alle verwarring dezer ambten schaadt, edoch onbetwistbaar blijft, dat de eerste even gewichtige en treffende bediening in 's Heeren Gemeente met den laatste heeft gekregen. En wij geven den broederen, eens tot diaken gekozen dan ook in den regel volkomen gelijk, als zij benoemd tot ouderling voor deze benoeming bedanken, ook uithoofde van de heerlijkheid der bediening van het diakenambt, waartoe de Heere hun genade heeft gegeven.

Wat evenwel is nu bepaald de roeping dezer diakenen? Wij antwoorden: de rechtmatige beoefening van de ambtelijke barmhartigheid in 't midden van de Gemeente onzes Heeren Jezus Christus, in Diens Naam en kracht, d. i. op zijn gezag en door zijne genade.

De gemeente Christi is de draagster der barmhartigheden Gods in en ook gedeeltelijk voor een baatzuchtige wereld.

Scherp onderscheiden echter moet de Gemeente altoos van die wereld worden.

Kerk en wereld mogen ook op diakonaal gebied niet met elkander verward. En het terrein van de Gemeente van Christus ambtelijk uit te breiden tot alle gedoopten — mag in veler oor nog al fraai, zelfs zeer barmhartig klinken — bijbelsch is dit echter niet en daarom ook niet Gereformeerd. Zoover reikt het verbond der genade geenszins, dat alle gedoopten nog rechthebbende bondgenooten zijn zouden van de tafelen des Heeren. Gelijk er reeds in de Israëlitische Kerk des O. V. besnedenen en dus bondelingen, uit oorzake van hun afval en ontrouw jegens God den Heere — buiten het leger gebannen werden — dus buiten de rechten en voorrechten op de goederen des verbonds zich van Gods wege

') Zie noot op blz. 5.