Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Kerken zou zijn, dat aan de Theol. School ook het doctoraat in de Theologie kon worden verkregen. Niet om onder de herders en leeraars een soort afzonderlijke kaste of stand te creëren; niet om trotsche begeerte naar een luid klinkenden titel te voeden: op de Synode te Dordrecht 1879, in de bespreking van den toestand der School, sprak prof. "Wielenga, met aller instemming, het kernachtige, gevleugelde woord: beter mannen zonder titels dan titels zonder mannen ! Maar — er is ook onder de beoefenaren der Theologie verscheidenheid van gaven; niet alle bedienaars des Woords worden geroepen tot even gewichtigen arbeid zoo min in de wetenschap als in de practijk; ook aan mannen die bizonderen aanleg, gaven, en lust hebben tot wetenschappelijke studie heeft de Gemeente altijd behoefte; dies hebben de Scholen ook aanstaande beoefenaren der wetenschap en hoogleeraars te kweeken. Daarom is het noodig, dat er ook gelegenheid zij tot voortzetting der studie na verkregen bekwaamheid om in de gemeente te dienen. En wat zou er dan tegen zijn, van die meerdere studie ook in een titel acte te geven ? En waarom zou een Theol. School wel het recht hebben, candidaten in de Theologie, maar niet doctoren te promoveeren ? En de krachten daartoe — worden die door de Universiteiten zelve niet in de Kerken gezocht en gevonden?

Met mijne arnbtgenooten en onze studenten mij aanbevelende in de blijvende liefde van al de Kerken, en bizonder in den steun en het opzicht van de verzorgers der School, wensch ik ten slotte nog hierop te wijzen, dat een school niets is zonder studenten. Al den Kerken roep ik toe: zendt ons uwe zonen die lust hebben den Heere in het Evangelie te dienen en daarvoor gaven hebben ontvangen; jongelingen als Daniël en zijne vrienden, als Timotheus en Titus, die ook in den voorbereidingstijd een eere van Christus willen zijn; die niet in mindere liefde tot de wetenschap, wel door de eigen signatuur en het eigen vaandel van de Christelijke Kerk en hare scholen zich onderscheiden. „Fides Quaerit Intellectum"! Gods zegen over U, zeer geliefde en gewenschte studenten en oud-studenten, die ik het een eere acht ook mijne discipelen te mogen noemen. De betooning uwer achting en toegenegenheid op dezen gedenkdag is mij, bij het klimmen der jaren, een sterking des harten, een kostelijk geschenk van den God mijns levens, een liefelijke ervaring van de gemeenschap der heiligen voor mij en de mijnen. U en mijn hooggeachten arnbtgenooten, en allen broeders en zusters, hier en elders, die mij in deze dagen verlegen maken door de blijken hunner waardeering en liefde zeg ik hartelijk dank.

Sluiten