Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE OORSPRONKELIJK LUTHERSCHE PERIODE.

Graaf Arnold I, die van 1530—1553 regeerde, was, toen hij in '35 den opstand der Wederdoopers hielp dempen, nog goed Katholiek.

Zijn hofprediker Johan van Loen echter was met de „nije leer" van Luther van harte vereenigd. Hij vond eerst bij de gravin Walpurgis, die eene dochter van graaf van Brederode uit Holland was, een open oor voor de beginselen der Hervorming.

Graaf Arnold oordeelde evenwel, men moest geen nieuwigheden invoeren, vooral niet in den godsdienst.

Nadat hij echter eenige van Luthers geschriften, en ook een werk van Melanchthon, hem door Van Loen ter hand gesteld, gelezen en met de H. Schrift vergeleken had, kwam hij aan 't weifelen. Toen hij later den hooggeschatten Johan Hasenhart, pastoor te Uelsen had geraadpleegd, en deze hem verklaarde, dat Rome in veel voorname punten der leer dwaalde,

Sluiten